RAGNAROK

DE EDDA – RAGNAROK – DE MIDGAARDSLANG – SNORRI STURLUSON

 

Geest en materie

Het is niet slecht om een portie rationeel verstand te hebben. En als het zijn werkterrein (= de materie) niet verlaat, kan het zelfs nuttig zijn. Wanneer ons dierbaar hersendenken echter ongestuurd buiten zijn omheining wroet, dan wordt het Onze (hoofdlettergebruik: zie Gebruiksaanwijzing) ergste vijand. Zoals alles in de materie, kan het hersendenken alleen zichzelf willen, promoveert het zichzelf van dienaar tot meester en wil uiteindelijk doorgaan voor het eigenlijke ‘ik’. Het is een vaststelling en geen waardeoordeel: mensen die enkel de materie als echt erkennen, zitten volledig onder de sloef van hun dienaar, het hersendenken. Het lijkt me totaal onmogelijk dat de fysieke mens ook maar een benul van godsbesef zou hebben als er hiervoor geen oorzaak was. Die oorzaak is het bestaan van een geestelijke werkelijkheid die ontoegankelijk is voor onze tijdelijke zintuigen. In de loop der tijden zijn er mensen geweest die van zichzelf bewust waren (en zijn) in de materiële én in de geestelijke werkelijkheid (zie het hartstukje ‘mens & Mens’). Enkelen hebben ook geprobeerd duidelijk te maken aan hun medemensen wat ze innerlijk beleefden. En daar begonnen de problemen…

Hersendenken en gevoelsondervindingsvermogen

Wat voor de aardse mens echter,
door de ontplooiing van zijn verwaarloosd gevoelsondervindingsvermogen,
uit de eeuwige substantiële geest opneembaar moet worden,
is vooreerst de verheven geestesmacht van bescherming
tegen het ongewilde ten prooi vallen aan een zekere zelfhypnose
uit eigen aardgebonden gedachtenkrachten.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / PSALMEN)

En die problemen zijn er nog…

De eeuwige geestelijke werkelijkheid kan onmogelijk worden begrepen door het, van  de vergankelijke hersenen afhankelijke, denken. Als iemand je zou vertellen over zijn innerlijk geestelijk beleven, dan kan je op verschillende manieren reageren:

  • je gevoelsondervindingsvermogen is niet ontwikkeld: ‘Ga ergens anders gaan leuteren man, ik geloof enkel in wat ik zie en als we dood zijn groeit er gras op onze buik.’
  • je gevoelsondervindingsvermogen is ingedommeld, maar soms wordt het een ogenblik wakker… Een vreemde, onweerstaanbare ontroering gaat door je heen bij het horen van een stukje muziek, bij het binnengaan van een oude kathedraal, als de zon plots feller schijnt of als je tranen in je ogen krijgt bij het bekijken van een kunstwerk… Als dergelijke gewaarwordingen je niet vreemd zijn, kan je met een beetje aandacht en oefening je ‘hartzintuig’ weer tot leven wekken. Tegen de man die beweert dat er ‘meer is tussen hemel en aarde…’ zeg je iets in de aard van: ‘Hier of daar voelt het wel als echt aan, maar rationeel denk ik dat het niet mogelijk is.’
  • je gevoelsondervindingsvermogen is intact en je lacht tegen de man die het wil hebben over zijn geestelijk beleven. Hij herkent de schittering in je ogen en hij lacht terug. Woorden zijn overbodig. Later zit je samen op een terrasje te genieten van een fris droog wijntje en heb je het over… motorfietsen.

Tragisch voorbeeld

Over geloof, hersendenken en gevoelsondervindingsvermogen

Lang geleden hoorde ik in een radioprogramma een interview met een hoge  ‘geestelijke’. Hij verklaarde geregeld te twijfelen over het bestaan van God. Dat verwonderde me.

In de ‘werkelijkheid’ van het hersendenken betekent ‘geloven’ iets voor waar houden. Veel zekerheid krijg je niet van dit soort ‘geloof’. Nieuwe feiten kunnen gemakkelijk het kaartenhuisje van voor- en tegenargumenten doen wankelen of helemaal laten ineen storten. Logisch dat de aartsbisschop twijfelde, hij was blijven steken in de ‘wetenschappelijke’ benadering van zijn ‘geloof’.

Geloven of iets voor waar houden is een mager beestje. Het betekent gewoon dat je iets niet weet, geen moeite doet om zelf op ontdekkingstocht te gaan en klakkeloos een door anderen bedacht denkbeeld voor waar aanneemt.

Geloven in geestelijke zin is een magische handeling. Het is de volstrekte zekerheid hebben dat wat je innerlijk gelooft ook (werkelijk) wordt. Bij de minste twijfel (= angst) is de magie verbroken. Innerlijke zekerheid over (bijvoorbeeld) het bestaan van God krijg je als een innerlijke ‘belevenis’ die elke twijfel uitsluit.

 terug naar Ragnarok hier & nu

Onlangs speelde het toeval me een vertaling van de Edda in de hand. In onderstaand ‘BERICHT aan de BEVOLKING’ deed ik een poging om aan te duiden dat een ‘wetende’ aan de basis ligt van de Edda. Snorri Sturluson misschien of een onbekende, wie zal het zeggen? Je kan het eens ‘vragen’ aan je gevoelsondervindingsvermogen.

BERICHT aan de BEVOLKING

is mijn compacte interpretatie van ‘Ragnarok’ en een groet en hulde aan de schrijver(s) van de Edda. Verhuld in mythen en legenden, bevat dit boek geestelijke waarheid.

Waarschuwing: RAGNAROK is hier & nu. Het is de individuele innerlijke strijd van ieder mens tegen de ‘Midgaardslang’. Deze ‘mobilisatieoproep’ veronderstelt een zekere bekendheid met de figuren in de Edda.