We zijn allen MAGIERS

een ‘toverboek’ voor
geluksvermeerdering
& een betere wereld

een hartleiding
voor de ‘nieuwe’ Mens.
(de oude is versleten, maar
hij wil het nog niet weten)

 

Pierre Declerck

 

 

1


Pakal Votan

‘Ik probeer niet om u te vertellen wat te zijn.
Oh nee, oh nee, ik niet.
Maar als de mensheid wil overleven,
de mensen in leven willen blijven,
zullen ze deze wereld opnieuw moeten opbouwen.
Te beginnen met jou en mij.
Denk alleen al aan de armoede, de haat en de leugens
En stel je de vernietiging voor van alles wat je veracht
Langzaam uit de as van de feniks herrijst
een heerlijke nieuwe wereld. ‘

(Lord Pakal Ahau)

Pakal Votan – Heer van Palengue / Mexico / 603-683

 

 

2


Bô Yin Râ

 

De tijd van vervulling is eindelijk aangebroken;
hij zal de gedrochten der duisternis
geen nieuw voedsel meer bieden.
De stem van de liefde zal niet meer
overweldigd kunnen worden,
hoezeer ook de draken van de afgrond
steeds nog de zielen beangstigen.
Ten leste zullen zij omkomen,
en de liefde zal nieuw leven wekken!

(Bô Yin Râ 1876-1943 / PSALMEN)

 

3


WE ZIJN ALLEN MAGIERS

een toverboek opgedragen aan:

Gelukszoekers
(leerling)Tovenaars
(leerling)Alchemisten
Magiërs van de Lach
Geluksvermeerderaars
Waarheidszoekers
Wereldverbeteraars
Gelovigen
Ongelovigen
Sceptici
Zinzoekers
Ongelukkigen
Individuele Innerlijke Revolutionairen
Alle mensen van goede wil
En…

 

4


Inleiding

De ‘nieuwe mens’ komt eraan
Ze duiken op in het straatbeeld. Je kan er niet naast kijken. Hun stralende blik en glimlach contrasteren met de desolate massa. De nieuwe mens schept vreugde in zichzelf. Geluk HEBBEN is niet meer de hoofdzaak. Gelukkig ZIJN is hartzaak! Misschien ben jij wel – bewust of onbewust – een Magiër van de Lach, een tovenaar (m/vr) voor geluksvermeerdering & een betere wereld. Ben je klaar voor jouw Individuele Innerlijke Revolutie? Voor een ommekeer van 180°. Om de kroon van het hoofd te nemen en je hart te kronen: warme liefde boven kille rede. Voor de bevrijding uit een aangeleerde, bedachte ‘werkelijkheid’?
De ‘nieuwe mens’ is er één van vlees en bloed, hij ervaart zichzelf als heel gewoon (de term ‘nieuwe mens’ vindt hij belachelijk), hij kan zich ergeren aan onrechtvaardigheid, meevoelen met verdrietigen en meelachen met feestvierenden.
Hoe kan je hem nog herkennen? Geven is een kenmerk, hij weigert te haten en innerlijk stookt hij zijn vreugdevuur met liefde. Hij betrouwt meer op zijn intuïtie dan op zijn hersendenken.

De ‘oude mens’ is versleten (maar hij wil het nog niet weten)
De dikke kaars van zielloos hersenweten en grenzeloos materialisme is (eindelijk) zogoed als opgebrand. Kaarsen hebben de slechte gewoonte als ze aan het einde van hun was komen, fel op te laaien om dan met veel rook uit te smeulen. Overal en in elke mogelijke vorm zie je de karikaturale en (soms gruwelijke) uitvergrotingen van een versleten wereldbeeld met zijn ranzige (on)waarden.

Aan ons de keuze
MAGIERS is geen boek over veranderingen of revoluties in de uiterlijke wereld. In MAGIERS gaat het over de verantwoordelijkheid van ieder mens voor zijn voelen, denken en handelen, voor zijn innerlijk en uiterlijk doen en laten. Hij/zij kan kiezen om de ‘oude mens’ in zich een zachte dood te laten sterven en resoluut als gelukkig en vreugdevol gestemde ‘nieuwe mens’ door het leven te dansen. Omdat ieder mens verbonden is met het geheel, vermeerdert het individueel geluk het gelukgehalte in de wereld. En misschien is het je al opgevallen, deze wereld heeft jouw hart heel hard nodig.

Er komen andere tijden

De innerlijke wereld van de individuele mens
moet een wereld van vrede en van zuiver geluk worden,-
en hier alleen kan de aardse mens zijn ware geluk vinden.

Wee de laatste mensen,
want dan zal de sage van Kain en Abel duizendvoudig worden herhaald,
tenzij de aardse mens zich er vóórdien op bezint,
dat ieder ‘gij’ een ‘ik’ is,
dat zich in hem terug wil vinden

(Bô Yin Râ 1876-1943 / HET BOEK VAN DE MENS)

 

Naargelang je aard zou je spottend kunnen lachen of met deernis neerkijken op de dove medemens die het bestaan van geluidsgolven ontkent of de blinde die niet gelooft in een zichtbare wereld.
Hetzelfde lot wacht de mens, die enkel het bestaan erkent van wat onze stoffelijke zintuigen waarnemen. Want de tijd is niet meer zo veraf (ik kan er geen exacte datum opkleven) dat er mensen zullen geboren worden die naast hun aardse zintuigen ook hun geestelijke zintuigen bewust kunnen gebruiken.
Wil de mensheid de huidige opflakkering van haat en geweld overleven, dan is jouw innerlijke houding en deze van ieder mens NU van levensbelang.

We zijn allen magiërs
een ‘toverboek’ voor geluksvermeerdering & een betere wereld, een hartleiding voor de ‘nieuwe’ Mens. Misschien naïef om een boek de ondertitel ‘toverboek’ te geven en tegelijkertijd te hopen dat je hiermee de gevorderde intellectueel of de vrome gelovige kunt verleiden het te lezen. ‘Toveren’ staat niet in het Groot Materialistisch Woordenboek van de gestudeerde mens en de doorsnee vromen linken toveren aan duivel & moer. De reden het te doen is simpel: het is gewoon een toverboek.
Of toch aanvankelijk want naarmate je je Zelf leert kennen, wordt ‘toveren’ heel gewoon. Het is een hart- en handleiding uit de praktijk van het leven, voor de mens van deze tijd. En voor alle duidelijkheid: het bevat geen spat fantasie.
Toveren is een relatief begrip. Een middeleeuwer die met een tijdscapsule naar de huidige tijd wordt gecatapulteerd en met een sierlijke boog en zonder kleerscheuren midden in – bijvoorbeeld – de Gentse Feesten terecht komt, zal verwonderd zijn ogen uitwrijven. En zich afvragen: in wat voor een godsvruchtig tijdsegment ben ik terechtgekomen? Midden al de feestelijkheden zit of loopt ongeveer iedereen in extase, vroom starend naar een langwerpig lichtgevend tovermissaaltje.
Voor iemand die niets weet van – bijvoorbeeld – electriciteit, kan de technische ontwikkeling van de laatste decennia als ‘toverij’ overkomen.

Zee en waterdruppels
Het is een betoverende openbaring voor iedere – alleen van zichzelf bewuste – waterdruppel, te ontdekken deel uit te maken van een gigantische oceaan. Een individueel wonder is het als een druppel ontdekt het bewustzijn van de oceaan in zichzelf te dragen.

Mens en mens
Als de mens de Mens in zichzelf ontdekt, zou de mens de mogelijkheden van de Mens verwonderd ‘toverkracht’ noemen.
(voor het hoofdlettergebruik bij het woord mens: zie gebruiksaanwijzing)

Het lezen van dit boek is van (wereld)belang!
Als je het mij zou vragen: dit zinnetje klinkt aanmatigend. Klopt. En ik volhard: het lezen van dit boek kan jouw geluk én dat van de wereld vermeerderen.

BELANGRIJK
Het rationeel lezen van dit toverboek zal niets bewijzen. Dit is een doe-boek: je past de ‘Magie van de Vreugde’ toe en je let op wat het ‘toeval’ je brengt. Misschien wordt je wel een gelukkiger mens (en dit lijkt me voldoende bewijs)

INDIVIDUELE INNERLIJKE REVOLUTIE (voor een betere wereld)
Dit toverboek begint niet toevallig met tekstjes van Bô Yin Râ en Pakal Votan. Misschien hebben ze het wel over deze tijd?
En nog iets over het woord ‘toeval’. Het heeft twee betekenissen: wat je toevalt is meestal niet zo ‘toevallig’. Het is interessant om te letten op wat je toevalt, het kan verband houden met waar je innerlijk en uiterlijk mee bezig bent. En dat is niet alleen van belang voor jezelf. Wie innerlijk verkrampt is van angst en haat (zelfs al uit hij dit nooit) vermeerdert angst en haat in de wereld. De toekomst van de wereld wordt grotendeels beslist op het innerlijke ‘strijdperk’ van individuele mensen.

TOVER-DOEN
Los van alle omstandigheden, voor jezelf en voor een betere wereld hier en nu:

ONTSTEEK EEN VREUGDEVUUR IN JE HART EN LACH!

TOVEREN
als veruiterlijking
van een innerlijk

Intuïtie of ratio
Je kan bij het lezen op je intuïtie vertrouwen of rationeel de kat uit de boom kijken. Pas het gelezene toe in je leven en let op wat het ‘toeval’ je brengt.

ALLE GELUK!

5


Gebruiksaanwijzing

een hartleiding…

Alles is aanwezig in het nu.
Buiten het moment bestaat er niets.
Het leven is een opeenvolging van momenten.

(Yamamoto Tsunetomo 1659-1719 / DE WEG VAN DE SAMOERAI)

 

Volgorde
De hoofd- of hartstukjes in dit toverboek zijn vrolijk met elkaar verbonden en voelen zich voldoende zelfstandig om in willekeurige volgorde gelezen te worden. Dit ‘toverboek’ berust op enkele simpele principes die op verschillende manieren benaderd worden. Herhalingen zijn onvermijdelijk en werken versterkend.

Liefde boven rede
De hartreden om in sommige woorden ‘hoofd’ door ‘hart’ te vervangen is simpel: wil deze planeet nog een tijdje meedraaien, dan zal het hart de ‘kroon’ moeten dragen. Of iets duidelijker gezegd: als de kille rede blijft regeren, dan is onze toekomst duidelijk: de aarde wordt een barre woestenij waarin de laatste overlevenden elkaar de schedel inslaan voor het laatste stukje groen.

Leesafspraak
Om verkeerde interpretaties uit te sluiten en nodeloze woorden te vermijden, gebruik ik een kleine letter voor de fysiek vergankelijke mens en een hoofdletter voor de eeuwige geestesMens. En voor alle duidelijkheid: het woord ‘geest’ wordt in dit boek niet gebruikt om het, van onze hersenen afhankelijke, denkvermogen aan te duiden.

 

Geest is het goddelijke deel van een mens,
dat in staat is naar de hemel op te rijzen.
Het stoffelijke deel,
bestaande uit aarde, water, lucht en vuur,
is sterfelijk en blijft op aarde.

(Hermes Trismegistus 3000 vC)

 

Wat hij/zij betreft
Als ik schrijf: de blijde tovenaar… ‘hij’ doet dit of dat, dan kan ‘hij’ zowel mannelijk, vrouwelijk of allebei zijn.

Beleef de ‘eeuwigheid in het ogenblik’, volg je intuïtie en begin te lezen waar je wilt. Volg je innerlijke hartleiding.

 

Zoveel ge de vreugde aan waarde weet toe te meten,
zoveel waarde onttrekt ge aan het leed,
– totdat het eens de gewillige dienaar van uw vreugde wordt!

(Bô Yin Râ 1876-1943 / HET BOEK VAN DE KONINKLIJKE KUNST)

 

Dit is een DOE-BOEK voor toepassing in het innerlijke en uiterlijke leven.

TOVER-DOEN
Door innerlijk af te stemmen op de frekwentie van oorzaakloze Vreugde, zit je meteen op de goede golflengte. Een goed begin voor een Magiër van de Lach.

6


Mens & mens

Inwijding: Ken Uzelf
Je denkt jezelf al een tijdje te kennen. Als ze vragen wie je bent, dan volstaat het om je naam te zeggen en eventueel zeg je waar je vandaan komt. Soms ontmoet je iemand die je sympathiek vindt en er ontstaat een gesprek. Je hebt het over voorkeuren, interesses, werk, hobby’s, kinderen, familie en je ontdekt enkele gemeenschappelijk vrienden. En voor je ‘t weet drink je samen een rood wijntje in staminee ‘Ter Plekke’.
Voor officiële toestanden geef je naam, adres en geboortedatum op. Voor je burgerlijke staat heb je één van de zeven mogelijkheden: ongehuwd, wettig gehuwd, partnerschap, verweduwd na wettig huwelijk, verweduwd na partnerschap, gescheiden na wettig huwelijk en gescheiden na partnerschap.
Je kan volledig beantwoorden aan het beeld dat je omgeving van je heeft of je vaart eigen-zinnig je eigen koers – met bijhorende aanvaringen.
In alle geval lijkt het vanzelfsprekend: je denkt te weten wie je bent als mens.

Maar ken je Jezelf, als Mens?
Om met een auto of motorfiets te rijden hoef je de werking van de motor niet te kennen, maar het helpt. Een afdaling in de bergen kan ongeremd en met gloeiende remschijven eindigen als je niet het juiste gebruik maakt van motor en versnellingsbak om te vertragen.
Zo wordt ook de werking van jouw ‘toverkracht’ begrijpelijker als je een idee hebt wie je Zelf bent. Misschien wordt ‘toverkracht’ dan wel heel gewoon. Zo gewoon en vanzelfsprekend als je met je ogen kunt zien en met je oren kunt horen.

Ken Uzelf (2)
Deze woorden beitelde een ‘wetende’ in het voorportaal van de tempel van Appolo in Delhi. Een tweeduizendzevenhonderd jaar geleden. Iedere tijd zal deze opdracht op eigen-tijdse manier uitleggen.

‘Weten’
Het is geen weten ‘van’ iets, geen weten ‘over’ iets,
maar bestaat alleen in een voortdurend doen:
in een bewust levend één-worden met het voorwerp van het weten-zelf.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / Meer licht)

Opmerking
Wat is het verschil tussen een ‘wetende’ en een ‘geleerde’ ?
De geleerde werkt met zijn – vergankelijke – hersenen. Denken is zijn ding. (Kung Fu Tseu was een geleerde)
De wetende weet met zekerheid. (Lao Tseu was – en is – een wetende)
Je kan niet leren voor ‘wetende’. Veel ‘wetenden’ zijn er nooit geweest en hun blijde boodschap werd meestal maar half, of helemaal niet begrepen door hun tijdgenoten. Wat doe je dan als je iets moet opschrijven dat je niet begrijpt? Wel je past het aan tot je ‘t begrijpt.
Met rampzalige gevolgen voor generaties ver. Onze tijd weet er van mee te spreken. Het had al een hemel op aarde kunnen zijn, hadden ze – al niet van bij de aanvang – de ‘Blijde Boodschap’ van een bekende ‘wetende’ niet compleet in zijn tegendeel veranderd.
Van de Mens, meester en wetende, Jehoshuah van Nazareth, maakten ze een God. Van iemand die tijdens een bruiloftsfeest, nadat alle gasten al behoorlijk wat op hadden, water in wijn veranderde, hebben ze een prediker van schuld en boete gemaakt. Zijn Blijde Boodschap was er één om de mensen in vrijheid, blijheid en zonder angst, liefdevol te laten samenleven. Het lijkt me overbodig om hier een opsomming te geven van al het weinig blijde dat in Zijn Naam andere mensen werd en wordt aangedaan. Eén lichtpuntje: ondanks het fossiele instituut zijn er gelovigen die in zichzelf tot een liefdevol aanvoelen van de Meester komen. En dat is geen illusie.

 

Maak je dus niet bezorgd over de dag van morgen,
Want de dag van morgen zal zich wel bezorgd maken over zichzelf.
Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

(Jehoshuah Meester van Nazareth – Matteüs 34)

Ken Uzelf (3)
In deze tijd zoekt men de betekenis van ‘Ken Uzelf’ meestal in verregaand onderzoek naar de diepste roerselen en motiveringen van het vermeende tijdelijke (hersen)zelf.

Plus est en vous
Was het devies van Lodewijk van Gruuthuse. In deze tijden, waar het hersendenken zowat het monopolie heeft om tot kennis te komen, is het de ideale spreuk voor sport- en verkooptrainers om mensen te stresseren… eh ik bedoel te motiveren. Maar dit soort uitleg van de wapenspreuk van Louis de Bruges heeft niets te maken met de inhoud die er oorspronkelijk was in gevat.

Ken Uzelf en Plus est en vous
Hebben een en ander gemeen of zelfs alles gemeen. Ze brengen kernachtig dezelfde waarheid tot uitdrukking: de eigenlijke Mens is niet van deze wereld. Door de wil om zich in het stoffelijke te beleven, verliest de Geestesmens zijn ‘paradijs’. Bij zijn val in de materie verliest de Mens het bewustzijn van Zichzelf. Iedere geboorte een nieuwe Adam of Eva. De mens van deze wereld ervaart zichzelf – in de meeste gevallen – enkel nog als het mensdier van de planeet aarde. De Mens in de mens… Geest in materie… Gevangen in de nauwe beperking van zijn zintuigen denkt de mens niet meer te zijn dan dier onder de dieren…

Mens en mens?
Lachen, vrolijkheid, vreugde, humor kenmerken de eeuwige Mens.
De tijdelijke aardse mens moet je ook niet onderschatten. Zogenaamd geestelijk werk al toeschrijven aan de Geestesmens is een vergissing. Hoe subliem de werken van het denken ook mogen zijn: het is het werk van onze vergankelijke hersenen en dus van het vergankelijke mensdier.
Hoogst uitzonderlijk in de geschiedenis zijn de mensen die naast hun hersenbewustzijn ook bewust waren in de Geestelijke werkelijkheid. En nog veel minder waren er die hierover getuigden. Elk op zijn manier moest beeld en gelijkenis zoeken om de door hen beleefde Geestelijke werkelijkheid aanschouwelijk te maken voor hun, in het hersenbewustzijn gevangen, medemensen. Het zou een interessante studie opleveren om de Geestelijke nalatenschap van die mensen met elkaar te vergelijken.

Mens & mens is twee
Incarnatie: de Mens gevangen in ‘t vlees. In de geest oorspronkelijk één: man & vrouw. Eva beet in de vrucht van goed en kwaad en Adam volgde haar na. De wil om zich in de materie te beleven was voldoende om in het stof te bijten. Allemaal een Adam of een Eva. Verloren paradijs.

Cirkel in vierkant
Geest in vlees.
Incarnatie

Om je niet in verleiding te brengen te denken: ‘waar haalt hij het uit’, enkele namen van Meesters (wetenden) die niet alleen in de ons bekende fysieke wereld, maar ook in de Geest bewust waren (en zijn). Wie hun oorspronkelijke (niet in de loop van de geschiedenis kleinmenselijk ‘aangepaste’) getuigenissen leest, zal zonder moeite de eenheid in hun werken ontdekken. Weliswaar ingekleurd door de gewoonten van land en tijd.

 

Het menselijke lichaam omsluit zuivere Geest
alsof die zich in een ommuurde tuin bevindt…
Geest is het goddelijke deel van een mens,
dat in staat is naar de hemel op te rijzen.
Het stoffelijke deel,
bestaande uit aarde, water, lucht en vuur,
is sterfelijk en blijft op aarde.

(Hermes Trismegistos – Egypte / 3000 v.C.)

***

Ken Uzelf als de trots van Zijn schepping,
als de link die goddelijkheid en materie verenigt.
Zie een deel van God in uw Zelf ;
vergeet uw eigen waardigheid niet,
daal niet af naar het kwade
en verlies u Zelf niet in gemeenheid.

(Echnaton – Egypte / 1340-1324 v.c.)

***

Wie alles aflegt wat niet tot zijn wezen behoort,
bereikt de vrede van de geest.
In deze vrede wordt hij deelachtig
aan het verband tussen alle wezens.

(Lao Tze – China / 500 v.C.)

***

De leerlingen vroegen Jezus:
Zeg ons: ons einde, hoe zal dat zijn?
Jezus zei:
Hebt u dus hiernu het begin ontdekt
dat u gaat zoeken naar het einde?
Want daar waar het begin is,
daar zal ook het einde zijn.
Gelukkig hij die rechtop zal staan bij het begin.
Hij zal ook het einde weten.
En hij zal de dood niet proeven.

(Jehoschuah Meester van Nazareth / 1-33 n.C)

***

Het licht dat in het oog straalt
is eigenlijk het licht van het hart.
Het licht dat het hart vult is het licht van God,
dat zuiver is en heel anders
dan het licht van intellect en zintuigen.

(Djelal-oed-din Roemi – Afhanistan / 1207)

***

Is het dan werkelijk dat we deze aarde bewonen?
Ay! Misschien voor altijd op aarde?
Zelfs de beste gesteenten splijten uiteen,
zelfs het goud vergaat en de kostbaarste veren verrafelen.
Misschien voor altijd op aarde?
Slechts een vluchtig moment zijn we hier!

Nezahualcoyotl / dichter-koning van Texoco-Mexico / 1402-1472

***

U moet daarom nog niet denken dat het hemelse licht in deze wereld
in de oerbronnen Gods geheel gedoofd is.
Neen, er is slechts duisternis,
welke wij met onze verdorven ogen niet kunnen doorschouwen;
Zo God echter deze duisternis doet wijken,
die zweeft boven het Licht, en uw ogen worden geopend,
zo ziet u op de plaats, waar u bent, en waar u zit of ligt,
Gods schone aangezicht en de gehele hemelse poort.

(Jacob Boehme / 1576-1624)

***

In heilige vreugde, eeuwiglijk uzelf geschonken,
zult ge eeuwig in de wil tot vreugde zijn!

(Bô Yin Râ – Duitsland / 1876-1943)

Opmerking
Deze opsomming van in de geest bewuste mensen is niet beperkend.

 

7


Waarschuwing

Dit toverboek kan je leven veranderen, je geluk vermeerderen en de wereld verbeteren. Klinkt goed? Toch een waarschuwing: als je ‘t leest word je niet alleen verantwoordelijk voor jezelf, maar voor de hele wereld. Meer zelfs, voor het hele universum. Als je niet van plan bent een vrolijk gestemde ‘tovenaar’ te worden, gooi je dit boek beter weg. Of doe het cadeau aan iemand die in is voor de ‘Magie van de Lach’, de ‘Innerlijke Alchemie van het Geluk’ of hoe je het ook wil noemen. Veel toverplezier!

Opmerking: of je dit boek nu weggooit of niet, de gevolgen van je daden kan je niet ontlopen. Je kan wel roepen: ‘Ik heb het niet geweten!’ En dan krijg je prompt als antwoord: ‘Je had het moeten weten, want je kreeg een geweten!’

De wereld verbeteren zeg je…
Gaat het de goede kant op of lopen we blindelings onze ondergang tegemoet. Misschien is ‘nu’ wel het grote ‘kantelmoment’ voor onze planeet. We zitten allemaal op de wip van het lot. Aan de ene kant van de wipplank regeert het goede: liefde, vreugde, geluk, vriendschap, de kunst van het geven… aan de andere kant heerst het kwade: angst, haat, nijd, ongeluk, de graaihaaipest en ander fraais. En jij? Jij staat wijdbeens in het midden van deze wipplank en bepaalt, door je innerlijk en uiterlijk handelen, aan welke kant de balans uiteindelijk zal doorslaan. De goede toch?!
Vergeet de opkomende gedachte dat jij het verschil niet kunt maken. In de geest is ieder mens verantwoordelijk voor het geluk van alle anderen. De wereldbevolking is een verzameling individuen. Ieder individu dat er in slaagt om in alle omstandigheden zijn geluksgevoel te handhaven, wordt meester van zijn lot en draagt zijn vreugdesteen bij tot het levende bouwwerk der mensheid.

Jouw geluk is van wereldbelang
Je kan geloven in het Grote Niets of de voorkeur geven aan het Grote Al. Misschien zweer je wel bij de platheid van de aarde en ben je van mening dat de sterren lantaarntjes zijn van speelse luchtgeesten. Wat je ook denkt, het verandert niets aan het simpele feit dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen doen & laten. Misschien zal het je aanvankelijk verwonderen? Om je leven te veranderen, jouw geluk te vermeerderen en de wereld te verbeteren is het juiste innerlijke ‘handelen’ meestal doeltreffender dan ‘grote’ uiterlijke woorden en daden. En of je het wil of niet: als deel beïnvloed je het geheel. Het is opletten geblazen: al wat je voelt, verbeeldt, denkt, doet… en laat, heeft zijn gevolgen. Voor jou… en voor de hele wereld. Wees gelukkig!

TOVER-DOEN
Stel je voor: een wereld waar liefde heerst.
Dit zinnetje lezen heeft geen waarde. De ‘toverkracht’ zit erin om wat je wil, voor te stellen alsof het er al is. Op voor een betere wereld door jouw innerlijke revolutie!

8


Na een een inleiding, een gebruiksaanwijzing en een waarschuwing wordt het hoog tijd voor:

Beste lezer: goedendag – namasté

En meteen de eerste les toveren: ‘Goedendag!’ (onmiddellijk toe te passen)

TOVER-DOEN
Gebruiksaanwijzing
Benodigdheden: je hart, een woord, liefde, een positieve lading…
Werkwijze: je ontmoet iemand die je wil begroeten. Je kiest een woord. Goedendag, hallo, yup, yep, hi, hélaba of namasté, al naargelang je voorkeur van het ogenblik. Je vult het gekozen woord (bijvoorbeeld ‘Goedendag!’) met liefde en met de voorstelling van alle mogelijke goeds. Bij de ontmoeting spreek je het innerlijk geladen woord uit. De zo begroette mens hoort het woord ‘Goedendag!’ en tegelijkertijd bereikt de met jouw liefde gevulde lading zijn hart.
Hij of zij kan je op dezelfde wijze begroeten: van hart tot hart! En dan is er namasté…

Namasté wat een woord, wat een gebaar! Het woord is Sanskriet en betekent ongeveer ‘het goddelijke in mij groet het goddelijke in jou’. Letterlijk betekent het ‘ik buig voor jou’.
In zijn ‘Het Boek der Gesprekken’ schrijft Bô Yin Râ: ‘ik’-bewustzijn is het bewustzijn het middelpunt van alle zijn in zichzelf te dragen.’ In deze tijd zijn de meeste mensen enkel bewust via hun zintuigen en hersenen. Velen – en meestal niet de domste – zijn in de ban van de ‘draak’ van het rationele denken. Deze draak bedekt volledig de schat van hun geestelijke Zelf en fluistert voortdurend: ‘er is niets buiten het materiële en zelf ben je enkel materie’. (als je zin hebt ga je nu naar het hartstukje over draken)
Als je de betekenis van veel Sanskriet-woorden nagaat, lijkt het me niet bepaald vergezocht dat bij het ontstaan van deze ‘volmaakte’ taal, een 7000 jaar geleden, de mensen niet enkel bewust waren in hun dierlijk hersenbewustzijn. Ze beleefden zichzelf ook als Geestesmensen in de geestelijke werkelijkheid. Ze waren er zich van bewust dat ze op deze aarde slechts ‘voorbijgangers’ waren.

 

Lang voor de vroegste in de geschiedenis opgetekende sporen van de mens op deze aarde, is er een tijd geweest, dat aan de zwaar in het aardse dier-zijn geketende mens op deze planeet, door de toenmaals hier geestelijk werkzame Stralenden van het Oerlicht waarachtige verlossing ten deel was gevallen, zo, dat iedere enkeling onder ontelbare gelijktijdig levenden, bewust van zijn in hemzelf zich openbarende levende God, ook wist van de levende God in zijn naaste en hem dezelfde liefde toedroeg door welke hij in zichzelf van God bewust was geworden. In die tijd was er geen misdaad van mens tegen mens…

(Bô Yin Râ 1876-1943 / GODSONTKENNING)

Namasté!

De liefdevolle groet van Geestesmens tot Geestesmens.

Elk zijn goedendag!
Namasté!

9


Wordt Magiër van de Lach

Iets worden wat je al bent?
Of je ‘t wil of niet, we zijn allen magiërs! Niet alleen met ons uiterlijk doen, maar ook met ons denken en voelen – en met onze verbeelding beïnvloeden we de materiële wereld. Onze gekende ‘werkelijkheid’ is de veruiterlijking van een innerlijke realiteit. De mensheid vormt een geheel en als deel bepaal jij dit mee. Fantastisch toch! Iedereen kan meewerken aan een betere wereld door met zichzelf te beginnen. Maak van jezelf een gelukkig mens en de wereld wordt een stuk(je) beter. Simpeler kan het niet.

Geen magie van rituelen, bezweringen, spiritisme…
Voor alle duidelijkheid: iets over de soorten magie waar we het hier niet over hebben (en te mijden als de pest). Geen sterrenmanteltoverstokjesmagie. Geen toverijen met gesproken toverspreuken en uiterlijke rituelen. Geen magische krachten willen ‘beheersen’ door ondermeer sexuele onthouding. Het katholieke celibaat is trouwens een verre en kwalijke erfenis van voorchristelijke magische praktijken. Het beheersen van de oerkrachten van de onzichtbare fysieke werkelijkheid is voor weinig mensen weggelegd. Voor alle anderen betekent het dood en een oog uit. Geen idee wat vliegen denken als ze vastplakken in een spinneweb. Maar dergelijke magiërs kan men vergelijken met vliegen die spartelen in een spinneweb en zich hierbij oppermachtig wanen: kijk toch eens hoe flink ik het hele net laat bewegen… Ze denken (denken is niet gelijk aan de werkelijkheid) de wereld te beheersen… en dan gaan ze dood. En al hun verzamelde aardse macht en rijkdom blijkt uiteindelijk een onwezenlijk niets.
Dit boek gaat NIET over mediums, dansende tafels, ouijaborden, automatisch schrijven, enz. Hier geen toestanden waarbij men de controle over zijn bewustzijn kwijtraakt, in trance gaat e.d. Zelfs al denk je hierbij dat je enkel ‘witte’ magie bedrijft, kan je beter dergelijke praktijken links laten liggen, wil je niet jezelf verliezen (of op zijn minst een stuk energie afgetapt worden).

De Magie van de Lach
of van de Vreugde, is onder meer de kunst om – te proberen – onder alle omstandigheden jezelf vreugdevol te stemmen. In deze tijden van ontzettend belang, niet alleen voor jezelf, maar voor de hele wereld. Al te veel mensen zijn – onbewust – magiërs van de angst. Ze staan er niet bij stil dat ze creëren wat ze vrezen. Waar je mee bezig bent trek je aan. De wereld zou een stuk beter af zijn als niet angst, maar vreugde in de harten van de mensen zou heersen.

Word Magiër van de Lach en je wordt een geluksmagneet, voor jezelf en voor de hele wereld.

TOVER-DOEN
Het is alweer zo’n 15000 jaar geleden dat de plaatselijke kunstenaar van Lascaux artistieke roem zocht door bizons, herten, neushoorns, runderen, paarden, rendieren en stieren af te beelden in een grot.
Het kan natuurlijk dat het begrip artistieke roem niet de beweegredenen waren voor deze schilderingen. In die tijd was de werkelijkheid nog niet gekrompen tot de laatste stand van zaken in de wetenschap. Door jarenlange nauwgezette waarneming gevolgd door urenlang avondlijk gepalaver rond het vuur, was men er achter gekomen dat de jacht betere resultaten gaf wanneer men vooraf een innerlijke voorstelling maakte van de te jagen dieren. De chef van de stam van Lascaux en omliggende, gaf de talentrijke Art, die een hekel had aan jagen, de opdracht tekeningen te maken van de verschillende prooidieren. Na de feestelijke vernissage werd het idee van de chef uitgetest zonder dat het gebruikelijke avondlijke programma in het gedrang kwam: het in het keelgat gieten van grote hoeveelheden gegiste vloeistoffen. ‘s Morgen was het moeilijk opstaan en een gezamenlijke klaaglitanie over misselijkheid en hoofpijn werd aangeheven. De link tussen gegiste sappen en hoofdpijn was nog niet gelegd in die tijd.
Na de uiterst succesrijke jacht, was iedereen erover eens: de magie van de innerlijke voorstelling van de bizons, herten, neushoorns, runderen, paarden , rendieren en stieren had hen geen windeieren gelegd. In die tijd was deze domme uitdrukking niet aan de orde (de kipvogel was nog niet gedomisticeerd). Dit domisticatieproces is lang tegengehouden door de jagers: ze zagen het niet zitten om het avontuur van de jacht te moeten inruilen om ganse dagen konijnen en kippen in koterijen te moeten voederen.

Je kan ‘hedendaagse kunst’ googelen en de afbeeldingen bekijken. In de meeste gevallen wordt de mens er niet fraai afgebeeld. Typ je renaissancekunst in, dan krijg je een ander beeld. Mens en omgeving lijken geïdealiseerd. Al naargelang persoonlijke smaak, godsvrucht en vermogen, kan je dit naar waarde schatten of met minachting bekijken.
Als iedere mens, bewust of niet, een magiër is, dan is de scheppende kunstenaar dat een stuk meer. Wat hij/zij in zijn of haar werk legt is niet onbelangrijk voor de mens die er zich mee omringt. De (kunst)voorwerpen die je met zorg kiest om van je huis een thuis te maken, kunnen meer invloed op je hebben dan je vermoedt. Je kan kiezen met je verstand (als belegging of zo) of je kan de mode volgen… Of je laat het aan je gevoel en intuïtie over. Een Magiër van de Lach zal de dingen kiezen die bij hem een goed gevoel opwekken.
Het is zeer goed mogelijk een kunstwerk artistiek naar waarde te schatten, zonder dat je er ook maar aan denkt het in huis te halen wegens – bijvoorbeeld – te deprimo.

LEVENSKUNST
Met of zonder artistieke talenten is ieder mens kunstenaar en vormgever van zijn eigen leven. Je stelt je gewoon voor wat je zou willen worden en beleven. En je stelt het je voor alsof wat je wil al werkelijkheid geworden is.

Een kunstenaar die een ideale wereld schept, geeft de mens weer zoals hij zou kunnen worden.

Wees een Magiër van de Lach: een blije levenskunstenaar die uit het ruwe materiaal van de dag de stapstenen van zijn levenspad sculpteert en vreugdevol zijn eigen weg gaat.

ALLE GELUK BIJ HET STAPPEN OP JE LEVENSWEG!

10


geluk verplicht!

Een Magiër van de Lach
heeft geen keuze: zonder innerlijk vreugdevuur is er geen ‘toverkracht’.

Geluk ‘hebben’ is:

je lief dat je zomaar een cadeautje geeft, ‘toevallig’ een oude vriend ontmoeten en bij een liquide ‘Abt’ herinneringen ophalen, een behoorlijk bedrag met de lotto winnen, een kleine peuter in een buggy, die spontaan naar je lacht en de mama ook, tevreden over je werk zijn en er voldoende waardering voor krijgen, de voldoening als kunstenaar werk te maken dat weerklank vindt bij anderen (kunst, is dit niet een vorm van innerlijke communicatie tussen kunstenaar en beschouwer via het uiterlijke kunstwerk?). Geluk ‘hebben’ is voedsel vinden als men honger heeft, op het laatste ogenblik een schuilplaats ontdekken voor de nacht als men niet de juiste ‘papieren’ bezit, aan de dood ontsnappen als haat en oorlog toeslaan in je thuisland. Wie geluk wil ‘hebben’ kan soms lang wachten. Als je dan nog verbitterd wordt omdat het ‘geluk’ jouw deur voorbij loopt, verminder je drastisch de eigen gelukskansen.

Gelukkig zijn
Het is beter een geluksmagneet te worden en zo het geluk dat je voor ogen hebt aan te trekken. Simpel, maar niet vanzelfsprekend: het is de kunst jezelf vreugdevol te stemmen en dit gevoel te handhaven in alle omstandigheden. Wie er een gewoonte van maakt, trekt het geluk naar zich toe en wordt een zeilsteen van geluk voor zichzelf en voor de anderen. We vallen in herhaling. Het wordt zowaar een mantra: OY MO LEU TET! (zie hartstukje)

De Magiër van de Lach
Lacht om wat men normaal onder geluk verstaat. Hij wacht niet tot ‘het geluk’ aan zijn deur klopt. Hij weet dat hij uiterlijk aantrekt waar hij mee bezig is. De Magiër van de Lach bouwt zijn innerlijke burcht met blijgestemde stenen en vult de ruimtes met vreugdeklanken. Angstdemonen en negatieve gedachten vinden kier noch spleet om binnen te dringen. De Magiër van de Lach vormt het geluk in zichzelf… en ‘het geluk’ vergezelt hem op zijn levenspad.

Denk niet
Dit kan niet, daar geloof ik niet in. Ja, je moet er zelfs niet in geloven (in de betekenis van: iets voor waar houden). Gewoon de Magie van de Lach toepassen, afwachten wat er gebeurt en dan pas oordelen. Uiteraard gaat het hier niet om sterrenmanteltoverstokjesmagie, waarbij van het ene moment op het andere je droom werkelijkheid wordt. Materie is een ‘taaie’ substantie. Er is wat geduld nodig vooraleer het gewilde – en reeds als werkelijkheid voorgestelde – zich in het stoffelijke manifesteert.

Geluk een plicht!
Wie als deel het geheel niet wil benadelen, ontsteekt zijn innerlijk vreugdevuur en stelt zich in alle omstandigheden het beste voor. Voor het geheel, de wereld, vrienden, familie en uiteindelijk voor zichzelf. Deze volgorde is niet onbelangrijk.

Het leven is niet altijd koek en ei
En zelfs koek en ei komen in het gedrang: granen zijn genetisch gemanipuleerd en ons cholesterolgehalte is niet blij met een ei (alhoewel dit laatste nu weer wordt tegengesproken). Hoog tijd voor wat gedoehetzelf: wie het lot in eigen hand wil nemen en zijn geluk zelf wil maken, doet er goed aan zijn eigen ‘athanor’ (zie hartstukje) te bouwen. Wie een dergelijke innerlijk klus niet ziet zitten, kan (blijven) wachten op de komst van rozengeur in het zilveren schijnsel van de maan…

11


OY MO LEU TET

Vreugde is dé wegwijzer voor de Magiër van de Lach. Angst en ernst laten je in ‘t stof bijten en dat knarst tussen de tanden. ‘Oy mo leu tet’ is een wapenspreuk in het oud West-Vlaams en zowat onvertaalbaar. Vreugde is hartzaak. ‘Oy mo leu tet’ is een magische spreuk. Jezelf vervullen met vreugde is de beste verdediging tegen aanvallen van onredelijke angsten en lusteloosheid.

Uit de reeks boekjes uit oude klei: het boekje – LACH! – unica in porselein en steengoed

 
VREUGDE = GEEST / ERNST = MATERIE

God is in de vreugde!
Vreugde is helder licht!
Lust en wellust zijn smeulend vuur.
De wil tot vreugde is de wil tot God!

(Bô Yin Râ 1876-1943 / HET BOEK VAN DE KONINKLIJKE KUNST)

Zo zal uw kunnen-lachen een grote hulp
voor u worden op de weg die leidt naar Uzelf.

(Bô Yin Râ / OPSTANDING)

 

12


TOVER-DOEN

bouw je eigen athanor

Wie probeert lood tot goud te smelten, de steen der wijzen te vinden of het levenselexir te bereiden, is een alchemist. Het woord athanor komt uit het Arabisch en betekent oven van een alchemist.

Blazers
Als je een athanor wil bouwen om fysiek goud te maken, kan je een en ander op internet vinden en er bestaan een resem boeken over het onderwerp. In Tsechië vind je zelfs twee musea gewijd aan alchemie. Het ene in Praag en het andere in het romantische stadje Kutna Hora (Duits: Kuttenberg), een 120 km van de hoofdstad.
In dit ‘toverboek’ hebben we het niet over de uiterlijke vorm van alchemie. De alchemisten die enkel weelde en rijkdom als doel hadden, werden al eens spottend ‘blazers’ genoemd door de beoefenaars van de ‘Koninklijke Kunst’. Ja, hoe zou je iemand anders noemen die dag en nacht aan zijn blaasbalg trekt om het vuur aan te wakkeren en alle vijf voeten met half dichtgeknepen ogen in zijn roodgloeiende oven tuurt om te zien of het lood nog niet in goud is verandert? Een slimmerik zou hier terecht kunnen opmerken dat het wel moeilijk is het verschil tussen lood en goud op te merken als alles egaal roodgloeiend is. Als hedendaags alchemist gebruik je gewoon een sterke ledlamp waarmee je in de ovenopening schijnt. Als er een glinsterende weerkaatsing is, wens je jezelf geluk, je hebt lood tot goud gesmolten. Misschien gebruikten de middeleeuwse alchemisten (als ze het geluk hadden dat de zon hun werkplaats binnenscheen) wel een spiegeltje om de opgevangen lichtstraal op de gloed in de oven te richten? Die kerels waren niet helemaal van gisteren, zelfs al heeft het huidige ‘wetenschappelijk’ denken magie en alchemie gesorteerd in het bakje ‘baarlijke nonsens’.
Koning Frederik I van Pruisen (1657-1713) had er in zijn tijd nog het volste vertrouwen in. Hij liet een laboratorium inrichten voor – de als alchemist bekende – Johann Friedrich Böttger (1682-1719). Van zodra hij lood in goud had veranderd mocht hij het labo weer uit. Goud heeft JFB nooit gemaakt, maar hij ontdekte wel het geheim om hard porselein te vervaardigen en dat was ook goed: hij verkreeg opnieuw zijn vrijheid.

Over ‘wetenschap’

Gelukkig hangt ‘wat werkelijk is’ niet af van ‘wetenschappelijke’ (h)erkenning.

Wanneer ‘in den beginne’ de mensen op deze planeet, aanvankelijk wat wereldvreemd, hun omgeving verkenden, was dit misschien het prille begin van wetenschap? Of was er al ‘wetenschap’ vooraleer er een omgeving was?
Als we de huidige ‘wetenschappelijke’ houding t.o.v. de omgeving bekijken, lijkt het er op dat ‘wetenschap’ er was voor al het andere. In den beginne was er ‘wetenschap’. Niets kan bestaan zonder de erkenning van de wetenschap. Zelfs de eerste oorzaak van alle bestaan kan niet bestaan als deze niet kan gemeten worden met de huidige fysieke waarnemingsmiddelen van deze wetenschap.
De tijd is niet meer zo veraf dat de fanatieke aanhangers van het positivistisch materialisme (buiten het zintuiglijk waarneembare en het door de hersenen verklaarbare bestaat er niets) spottend zullen vergeleken worden met een dove die het bestaan van geluid ontkent of een blinde die niet gelooft in licht. De tijd is aangebroken voor de mens die met innerlijke zekerheid ‘weet’. De mens die bewust zal zijn van zichzelf als geestelijk wezen, met het mensdier als voertuig, als uitdrukkingsmiddel van de geest. Het aantal mensen dat innerlijke zekerheid heeft verworven neemt vlug toe, maar ze zwijgen nog, bang voor de arrogante spot van de zelfvoldane en zichzelf superieur wanende, pseudo-intellectuelen.
Hoog tijd voor een Innerlijke Revolutie: het hart draagt opnieuw de kroon! Voor een betere wereld. En onze wereld, dat is toch jij en ik en alle andere eigen-zinnige mensen. Ja, we kunnen het verschil maken! Door bundeling van onze positieve innerlijke activiteit: Liefdekracht op wereldschaal. De magie van het innerlijke als oorzaak van het uiterlijke. Hoog tijd om het innerlijk zo te vormen dat er wel een betere wereld moet ontstaan. Geest boven materie! Het is de verantwoordelijkheid van elk mens om in de athanor van zijn hart het loden leed om te smelten tot vreugdegoud. Ieder mens probeert zijn innerlijk geluk te handhaven ondanks alle omringende negativiteit. Hierdoor vergroot hij de eigen geluksmogelijkheden en draagt zijn blijsteentje bij aan het geheel.

Uit de reeks bladzijden uit het apocriefe dagboek van Pierre Declerck – ATHANOR – unica porselein

Symboliek van de athanor
Links heb je het kruisje met onderaan een boogje. Het is het oude symbool voor het metaal lood en tegelijk voor de planeet Saturnus. Een pijltje wijst naar de eigenlijke oven of athanor. De driehoek met de punt naar boven is het symbool voor vuur. De komvorm is het symbool voor ziel. Doel is om het dagelijkse loden leed in het innerlijk vreugdevuur om te smelten tot vreugdegoud. De cirkel met middelpunt staat voor goud, voor de zon… en voor God.

Tijd om er zelf eentje te bouwen
De alchemist bouwt een athanor in het stille labo van zijn hart. Hij/zij probeert – onder alle omstandigheden – een innerlijk vreugdevuur brandende te houden om in de athanor van zijn hart alle binnenkomende loden leed om te smelten tot vreugdegoud.

Gelukkig zijn als voorwaarde voor het Grote Werk
Je herkent ze aan de pretlichtjes die in hun ogen dansen. Veelal weten ze het zelf niet, maar het zijn ‘Magiërs van de Lach’. Hun ‘athanor’ staat roodgloeiend: ze smelten hun dagelijkse portie loden leed om tot oorzaakloze vreugde.

Word Magiër van de Lach
– en je wordt een geluksmagneet (je trekt nu eenmaal aan waar je mee bezig bent)
– je vergroot de mogelijkheid voor een betere wereld
– je wordt een besmettingshaard van geluk voor iedereen in je nabijheid

Opmerking: Newton hield zich na zijn (officiële wetenschappelijke) uren bezig met de koninklijke kunst: alchemie.

Leve de innerlijke alchemie van de vreugde!

13


zelf goud maken

In theorie is niets eenvoudiger dan het zelf vervaardigen van goud. Deze boeiende hobby vraagt geen dure uitrusting en eist geen buitengewone intellectuele vermogens. Het is een kwestie van zichzelf wat te veranderen. Wel wordt van de alchemist-in-spe verwacht dat hij of zij een platonische kijk op de dingen heeft.
We nemen dus aan dat onze stoffelijke wereld de grove veruiterlijking is van een spirituele werkelijkheid. De vraag is nu: van welke geestelijke ‘eigenschap’ is goud de stoffelijke manifestatie? Vroeger gebruikten de alchemisten als symbool voor goud een cirkel met in het midden een punt. Toevallig werd hetzelfde symbool ook gebruikt om God en om de zon aan te duiden. Eén en ander kan iets met elkaar te maken hebben. Als we de oude geschriften mogen geloven staat God o.a. voor liefde, goedheid en vreugde. God wordt ook gezien als scheppende geest.
Misschien waren de oude volkeren, die de zon als godheid aanbaden toch niet zo naïef. Immers, verbrandt de zon niet voortdurend zichzelf, om ons haar levengevende warmte te schenken?
Zonder veel verbeelding kunnen we zeggen dat de zon een manifestatie is van goddelijke liefde op stoffelijk niveau.
Trekken we de lijn van het symbool (de cirkel met de punt) door naar de tastbare, materiële wereld, dan belanden we bij het felbegeerde metaal goud. Goud kan gezien worden als gematerialiseerde goedheid; goedheid ontstaan uit liefde en vreugde. Anders gezegd: God, zon en goud drukken op verschillend niveau dezelfde ‘eigenschappen’ uit.
Het eerste wat de aanstaande alchemist te doen staat, is het vervaardigen van geestelijk goud in zijn innerlijke smeltkroes. In theorie niet moeilijk: het dagelijkse leven verschaft iedereen voldoende grondstof (het lood), die de alchemist moet omzetten in vreugde (het goud). Eenmaal de adept slaagt om alle onaangenaamheden des levens in zijn vreugdevuur te verbranden kan hij, als het hem nog interesseert, zich toeleggen op het vervaardigen van goud op het stoffelijk vlak.
Meer kan ik daar niet over zeggen, op dat punt gekomen moet ieder zijn eigen weg gaan. Ik wens iedereen veel geluk die zich waagt aan het grote werk, het maken van goud. Het is een zinvolle tijdsbesteding. Maar nu ga ik een levenselixertje drinken in café ‘De Rode Leeuw’ bij de mooie Aurora Quintessens. Geluk en gezondheid!

14


Het Koninkrijk van het Hart

In het Koninkrijk van het Hart
mengt men Liefde en Vreugde
met het Goud
van de Morgenzon.

In het Koninkrijk van het Hart
smelt men – in vreugdevuur –
lood tot Goud,
leed tot Vreugde…

In het Koninkrijk van het Hart
zijn Koning & Koningin
Kinderen van de Zon.
Ze dragen een Kroon van Licht.
Liefde & Vreugde
heersen in hun Zonneharten.

En hun harten stralen
in de harten
van alle mensen…

Een Magiër van de Lach is Koning of Koningin in zijn of haar innerlijke koninkrijk, Liefde & Vreugde heersen in hun Zonneharten.

 

15


Nezalhualcoyotl

‘Zijn antwoord’

 

Is het dan werkelijk dat we deze aarde bewonen?

Ay! Misschien voor altijd op aarde?
Zelfs de beste gesteenten splijten uiteen,
Zelfs het goud vergaat
En de kostbaarste veren verrafelen.

Misschien voor altijd op aarde?
Slechts een vluchtig moment zijn we hier!

(Nezalhualcoyotl)

Oktober 2010
Bovenstaand gedicht van, de me toen onbekende, Nezalhualcoyotl (hongerige coyote) liet de balans overslaan pro Mexico. Mensen die reizen het einde vinden, zullen mijn aarzeling om vrouw en vrienden te vergezellen naar Yucatan in Mexico moeilijk begrijpen. Onbekende landen bezoeken is iets, maar de gedrevenheid om nieuwe dingen te creëren en het innerlijke tot uitdrukking te brengen, is voor mij even boeiend. Aanvankelijk had ik weinig zin om mijn tijd aan deze reis te spenderen. Door wat opzoekingswerk te doen naar de Maya’s en de indrukwekkende bouwwerken die deze cultuur naliet, begon de ontdekkingsmicrobe toch toe te slaan. Googelen is merkwaardig: dingen die je niet zoekt kunnen zich opdringen. Dit kan best vervelend zijn, maar in het geval van Nezalhualcoyotl, die opdook in de vorm van een kort gedicht, was het letterlijk een ingrijpende gebeurtenis. ‘Ja, ik ga mee naar Mexico!’ zei ik tegen mijn vrouw. ‘t Werd tijd!’ antwoordde ze.

Misschien voor altijd op aarde?
Wie bovenstaande zin uitspreekt, weet dat hij niet van ‘deze wereld’ is. Geen Mens is van deze wereld. Sommigen hebben er een vermoeden van, maar de meesten die ‘ik’ zeggen, bedoelen enkel hun dierlijk lichaam. De hoogte van hun IQ doet er niet toe, hersenen zijn een deel van het lichaam en dus ook vergankelijke materie. Het zou interessante resultaten kunnen opleveren als er onderzoek zou gebeuren naar het tijdstip wanneer op deze planeet de eeuwige Geestesmens in het vergankelijke lichaam van het mensdier begon te incarneren.

In de allerhoogste sfeer van de geestelijke verschijningswereld,
waar de geestemens zichzelf voor het eerst in een verschijningsvorm verwekt en voortbrengt
– maar hier nog altijd in geestelijke verschijning –
zijn man en vrouw nog nauw verenigd in de oer-gegeven eenheid van tweepolig ik-ervaren

(Bô Yin Râ 1876-1943 / HET BOEK VAN DE MENS)

 

Bruggenbouwers en bruggen
Van God los, de aantrekking van de materie en angst voor de eigen krachten (in hun Mensvreemde uitwerking) veroorzaakt de val van de Mens in de diermens. Gelukkig waren er en zijn er Mensengeesten die niet in die val meegesleurd werden/worden.

Deze Mensen blijven ongedeeld – als man & vrouw – in hun geestelijke habitat. Voor ons stervelingen is dit een hele goede zaak. Deze ‘niet gevallen’ Mensen zijn brug en bruggenbouwers. Zij zorgen ervoor dat de ‘gevallen’ Mens in de mens de verbinding behoudt met zijn geestelijk vader-moederland. Liefdevolle vrijwilligers melden zich voor een duizendjarige opleiding tot ‘weg, waarheid en leven’ om in de materie geboren te worden – met behoud van hun geestelijk bewustzijn. Deze Meesters vormen een levende brug voor de gevallen mensen en hun oervader-moederland. Iedere tijdspanne heeft maar een gering aantal van deze meesters. Het grootste deel werkt in volledige verborgenheid. Door de eeuwen zijn er maar enkele die een uiterlijke boodschap hadden voor de mensheid. De grootste werken komen via innerlijke inwerking tot stand.

Mijn boeken maken overal waar zij terechtkomen,
Uit berustende verdrietige zielen gelukkige mensen.

….….

Mijn geestelijke weg leidde uit het allerbinnenste van het eeuwige
naar de ziel en ten laatste tot in het aardse

(Bô Yin Râ 1876-1943 / VOOR EIGEN ZAAK)

Geestelijke ‘bruggen’
Getuigenissen uit de geestelijke werkelijkheid zijn zeldzaam. Voor de zoeker kan ik de boeken van Bô Yin Râ aanraden. De vermelde bronnen in het hoofdstuk BRONNEN horen volgens mij allemaal tot ‘de Stralenden van het Oerlicht’, zoals de broederschap van mensen die bewust zijn in de geest zichzelf noem(d)en.

Nezahualcoyotl 1402-1472
Misschien voor altijd op aarde? Slechts een vluchtig moment zijn we hier! Bij het lezen van die twee zinnen dacht ik: deze dichter-koning zou wel eens een ‘Stralende’ kunnen zijn. En van Stralenden weet ik dat ze – geestelijk – met onze planeet verbonden blijven tot het einde. Tot alle mensen de weg terug, naar hun geestelijk vader/moederland gevonden hebben.

TULUM ergens tussen Kerstmis en nieuwjaar 2010
Bij belangrijke beslissingen kan je de ingewikkeldste redeneringen opzetten, de tarot raadplegen, er een nachtje over slapen of gewoon een innerlijke vraag stellen… Misschien doe jij dat ook wel eens? Soms kreeg je al een tintelend antwoord, nog voor je de vraag innerlijk volledig had geformuleerd. Twijfel is niet meer mogelijk…
Mijn bijzonder aangenaam gezelschap amuseert zich uitgelaten in het warme azuurblauwe water van de Caraïbische zee. Ik slenter tussen de ruïnes en probeer me het vroegere leven in deze Maya-stad aan te voelen en voor te stellen. Misschien bleef ik wat te lang op dezelfde plaats staan? Een draakachtige leguaan kwam – met een lengte van een meter – in al zijn indrukwekkendheid op me af. Op een kleine meter afstand hield hij halt. Hij bekeek mij en ik bekeek hem. We vormden geen gevaar voor elkaar. De leguaan maakte rechtsomkeer.

De innerlijke vraag
Ik heb geen probleem met mensen, maar ik heb altijd een grote behoefte om geregeld alleen te zijn. Wat weg van zee en ruïnes, beschut door wat bomen stond een bankje. Geen mens meer te zien. Een goede rustplaats om de ongevraagde gedachtenstroom even te onderbreken.
Het is moeilijk en misschien zelfs niet zonder gevaar om volledige gedachtenloos te worden. Eén gedachte bleef de aandacht trekken: Het waren twee vragen: Is de dichter-koning Nezahualcoyotl een lid van de Stralenden van het Oerlicht? Is hij nog levend en wel aanwezig in de geestelijke sfeer van deze planeet?

Het uiterlijke antwoord
Het is zeldzaam en ik heb er geen controle over, maar het gebeurt: de ‘hypnose’ door onze stoffelijke zintuigen en hersenen wordt kort onderbroken en je gebruikt je geestelijke zintuigen. Of je het gelooft of niet, zal er weinig aan veranderen. En van het moment dat ons lichaam er de brui aan geeft, valt voor iedereen al het lichamelijke waarnemen stil.
Je moet je daarom ook niet verwonderen dat je niet onmiddellijk door hebt als je sterft, dat je dood bent. Dan kan je de treurenden proberen duidelijk te maken: ‘hela, hela, koekoek ik ben hier nog’. Maar ik dwaal af.
Soms overkomt het me dat de gekende ‘werkelijkheid’ bevreemdend overkomt. Of ik zie iemand van jaren plots als zestienjarige. Over het komen en gaan van dergelijk fenomeen heb ik geen controle. Het geeft je wel het gevoel (en de zekerheid) niet van deze wereld te zijn en dat stemt gelukkig. Je kan het vergeten zijn, of het ontkennen maar geen mens is van ‘deze wereld’.

Terug naar Tulum, op een bankje in de schaduw. Plots staat een onbekende slanke dame voor me die me begroet. Ik sta op en het valt me op, ze is een stukje groter dan ik (zelf 186 cm). Een slanke vrouw met koninklijke uitstraling. Haar prachtig lang aansluitend kleed is niet van deze tijd. Ze heeft een schaaltje in haar hand met… twee chocotofs van Côte d’Or. Ze glimlacht en biedt me de chocotoffs aan. Ik neem er één. Ze dringt aan om de tweede ook te nemen. Een gevoel zegt me om het bij één Belgische chocoladecaramel te houden. We groeten elkaar vriendelijk. Met een natuurlijke voornaamheid stapte ze verder. In haar koninklijke allure had ik me niet vergist: ik had ze nog niet opgemerkt, maar zij werd gevolgd door een twaalftal dienaren die haar in een perfecte rij, zonder op of om te kijken, huppelend volgden. Ik vervolgde de vreemde stoet. Wat eigenaardig was, ze verdwenen achter een paar bomen en de stoet kwam niet meer tevoorschijn. Verdwenen, opgelost…

Bedanking
Ik formuleerde innerlijk een bedanking voor de verkregen zekerheid en had de indruk dat de filosoof, krijgsheer, architect, dichter, musicus en koning van de Acolhua, Nezahualcoyotl, die een zeshonderd jaar geleden leefde, zijn ‘antwoord’ bijzonder grappig vond.

 

16


Geboren

Iedereen een Adam of een Eva…
Hoeveel eeuwigheden er zitten tussen de eerste verschijningsvorm van de Mens in zijn allerhoogste geestelijke sfeer en zijn uiteindelijke val in het stof, kan mijn beperkt verstand niet vatten. In steeds dichtere geestelijke verschijningsvormen verwijdert de Mens zich van zijn oervader-moederland. Zolang hij in zijn geestelijk thuisland verblijft, zijn man & vrouw één Mens. Van zijn God los en ver van zijn oorsprong nadert de Mens de werelden van de fysieke vormen. Een onbekend gevoel doortrilt hier zijn wezen: angst. Angst voor krachten die hij tot nu toe beheerste en hier, op de grens tussen de fysieke en geestelijke verschijningswereld, in hun ontzaglijke werking niet meer herkent. Door vrees verliest de Mens zijn macht over deze vormkrachten. Tegelijk wordt hij aangetrokken door de vormen van de fysieke wereld. Hij wil zich in de materie beleven. Met deze wilsdaad doorbreekt hij de scheiding tussen de geestelijke en de fysieke wereld. En je kan je maar in iets beleven als je erin wordt geboren…
De vrije Mens – man & vrouw in één wezen – valt uit het ‘paradijs’ en vergeet zijn geestelijke afkomst. Bij iedere geboorte splitst de Mens zich in een Adam en een Eva. In de fysieke wereld is voortbestaan slechts mogelijk door de werking van man en vrouw, pool en tegenpool, verwekken en baren.

Het is wennen, Jezelf terug vinden in het hulpeloze lichaampje van een pasgeborene, aan de borst van een zorgzame moeder. Hulpeloos is veel gezegd. Bij honger of last van buikkrampjes heb Je een behoorlijk ontwikkeld orgaan ter beschikking. Het raakt de gevoelige snaar van Je mama en papa en het gemoed van oma en opa laat het ook niet onberoerd. Meestal wordt Je onmiddellijk op je huilwenken bediend en liefdevol gespeend, verzorgd en geknuffeld.
Tantes koesteren Je. Nonkels vertroetelen Je. Vrienden knuffelen Je en trekken gekke bekken. De ene beloon Je met een schattige glimlach en bij de andere zet Je de volumeknop van je schreeuworgaan op 10. Misschien is Je intuïtie al voldoende ontwikkeld en maak Je onderscheid tussen een hartelijk mens, een steriele denker of een echte slechterik?

Dit had Je niet verwacht bij de wilsdaad om Jezelf in de fysieke wereld te beleven. Machteloos gevangen in het hulpeloze lichaampje van een boreling stel Je de vraag: ‘Waar ben Ik in Godsnaam terechtgekomen?’ Je leert Je – met parmantig vallen en opstaan – bedienen van Je nieuw vervoermiddel. Met de soms lachwekkende middelen die Je ter beschikking hebt, probeer Je al de omgeving te domineren. Je koestert nog de herinnering van Je geestelijk geboorteland. Eindelijk, Je kan je ogen gebruiken. Je zoekt naar de aanwezigheid van de GeestesMens in de ogen van de mensen die Je omringen…

In dit aardse lichaam,
en op zijn onvatbaarste krachten als op een harp lerend te spelen,
woont ‘iets’ dat niet van deze aarde is. Dit ‘iets’ kijkt u aan uit de ogen van uw kind
en zoekt in u hetzelfde ‘iets’, dat misschien in uw lichaam meester is geworden,
maar dat doorgaans door de krachten van het lichaam is overweldigd en geketend.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / PSALMEN)

Je groeit op en je vraagt honderduit ‘Waarom?’
Wanneer komt de fee? Ik ben de hele dag braaf geweest en de goede fee is nog niet gekomen. Waar kan ik leren toveren? Dan kan ik mijn oma weer gezond maken. Waarom ziet Sinterklaas liever rijke kinderen? Als kinderen uit kolen komen, waarom eten we ze dan op? Waarom vraagt de duivel de goede God niet om vergeving? De hel lijkt me niet leuk. Waarom heb ik geen elfjes gezien onder de geurige paddestoelen in het bos? Waarom laat de almachtige God oorlog toe en kindjes die sterven van de honger?
De antwoorden die de grote mensen je geven, variëren volgens wat ze zelf al of niet geloven. Maar het wordt je al te gauw duidelijk: de sprookjeswereld die je vaag meende te herinneren bestaat niet (meer).

Later vraag je nog naar de zin van het leven en stelt andere levensvragen en het wordt je duidelijk: grote mensen hebben niet alle antwoorden.
Ondertussen is de herinnering aan je geestelijke afkomst bedolven onder een soliede aangeleerde denklaag. Je Ik-bewustzijn is niet meer waarneembaar. Je ik-bewustzijn in je hoofd heeft het overgenomen. Je denkt je denken te zijn.

Nog later ontdek je dat het denken geen zekerheid verschaft en je plaatst de kroon op het hart.

17


JALOEZIE

Pijn veroorzaakt door het geluk van anderen.

(Aristoteles, 384 v.Chr. – 322 v.Chr.)

Vertelseltje:
Er was eens een reus…
Kloek en sterk, naarstig in het eten en traag in ‘t werk. Dat laatste was niet waar (maar ‘t rijmde). Hij werkte slag om slinger, zeven dagen lang, zon- en weekdagen: altijd wroeten en klauwieren. Het was in Ierland, in de tijd leefden de Tuatha de Danaan nog bovengronds. Zijn naam was Fathach Meulnaer, reus van lijf en molenaar van beroep. Zijn kolossale molen stond op een heuvel aan de Boynerivier en beheerste het omringende landschap. Totdaarnogaantoe, maar ‘t waren de wieken – en ‘t hele raderwerk – die continu wentelden. Niemand, en dit al ettelijke generaties – had ooit de wieken in stilstand gezien. Het ergste was het afschuwelijke geluid. Het hele molenmechanisme kreunde en steunde alsof de molen een rechtstreekse doorgang tot de hel en zijn vermaledijde verdoemden had. Het enige voordeel was de spotgoedkope grond. Koolhydraatarme boeren konden er hun bestaan samenwroeten. Het stoken van whiskey was hun voornaamste dagelijkse bezigheid en buitensporig drinken de enige manier om ‘s nachts de slaap te vatten.
Fathach Meulnaer stond bekend als een norse en agressieve reus en niemand die het in zijn hoofd haalde om hem gewoon aan te spreken of te vragen: ‘Wat doet u zo nog hele dagen?’ Het duurde tot ridder Perceval van de Naïevenorde in de buurt was op zijn queeste naar de heilige graal om deze vraag te stellen. Reus Meulnaer dacht dat hij droomde van een ridder die een vraag stelde en antwoordde zonder het malen te onderbreken: ‘Op een nacht vol ontij heb ik mijn reuzevriend laf gewurgd omdat zijn zwaard altijd meer blonk in het zonlicht dan het mijne. De goden hebben mij veroordeeld tot een verblijf in deze ondermaanse mensenwereld om er al het graan te malen dat de ene mens de andere niet gunt. Nog geen seconde heb ik hier rust gehad en het einde van ‘s mensens jaloezie en afgunst lijkt nog niet in ‘t zicht…’

De + en de – tegen elkaar
Het is niet goed om bij werkzaamheden aan de accu van je auto of motorfiets de + met de – in contact te brengen. Wat gevonk of een gesprongen zekering is nog het minste, door de kortsluiting kunnen de stroomleverancier of andere onderdelen het begeven. Wie het niet kan verkroppen dat een ander iets heeft wat hij/zij zelf zou willen bezitten, is niet goed bezig. Als deel geef je het signaal aan het Geheel iets te willen wat je een ander niet gunt. Het Geheel kan niet overweg met deze tegenstrijdigheid. Jaloezie is contraproductief en zowel negatief voor de benijder als voor de benijdde.

Verheug je in het geluk van anderen
Een Magiër van de Lach verheugt zich in het geluk van anderen en schept hierbij de positieve kracht die het innerlijk voorgestelde en gewilde kan verwezenlijken in de materie. Er is niets op tegen om grote rijkdom na te streven, maar je veroorzaakt ‘kortsluiting’ als je tegelijkertijd de rijken haat. Op wereldvlak is dat niet anders. Om rijkdom te scheppen kan je beter de armen verrijken dan de rijken verarmen. Waarom dat zo is? Geen idee. Van de zwaartekracht weet ik ook alleen maar dat deze soms kan doorwegen.

En in de liefde
is jaloezie in wezen niets anders dan de angst om de geliefde kwijt te raken aan een ander. En wat je vreest trek je aan…

18


ANGST
Sidder en beef: je creëert wat je vreest!

Magiërs van de Angst
Al ons individueel denken en voelen, doen en laten, heeft zijn invloed op het geheel. Dit maakt ons allemaal ‘magiërs’: we kunnen immers het geheel meebepalen door ons innerlijk en uiterlijk handelen. Het maakt geen verschil of je dat nu wilt of niet. Het doet er al evenmin toe of je dit feit voor jezelf gelooft of verwerpt.
Magiërs van de angst zijn er met hopen. Ze creëren – meestal ongewild (anders zijn het zwarte) – de wereld die ze vrezen en dat is nefast voor deze wereld. Zonder er een studie van te maken, lijkt het bij velen de regel: hoe groter het gebaar, hoe groter de angst. Ronduit desastreus wordt het als angstige massa’s angstige leiders kiezen. Met groot gebaar en veel macht worden de extreemste maatregelen genomen om de angstdemonen te bezweren.

 

De geloofskracht van velen
die zich aan alle vrees hebben ontworsteld,
trekt voortaan op dezelfde wijze slechts het goede aan,
als deze zelfde kracht eerder
– gebannen in de vrees –
slechts onheil heeft aangetrokken.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / Opstanding – Magie van de vrees)

Magiërs van de Lach
Een bange (leerling)tovenaar is een contradictie. Wie de Magie van de Lach in zijn leven wil toepassen, vermijdt elke vorm van angst. Angst is verwerpelijk en voor niets goed of nuttig. Wat je vreest, trek je aan. Je wil toch niet in je eigen nachtmerrie terecht komen? Je kan je beter voorstellen wat je graag werkelijkheid ziet worden. En als er iets onaangenaams gebeurt, schenk er slechts de allernoodzakelijkste aandacht aan.

De draken van de angst zijn sluw
Ze laten zich graag doorgaan voor je eigen gedachten. Ze verlammen je daadkracht en voor je het weet loop je aan de leiband van hun schijnlogica.

 

Wat gaan de ‘mensen’ zeggen?
Ga je echt je vast werk opzeggen?
‘t Is niet omdat je ‘t graag doet dat je er kunt van leven!
Je gaat dat toch niet opeten!
Wil je weer vijf gram bijkomen!
Dat zal je nooit lukken!
Geluk is niet voor jou weggelegd!
Dit geluk zal niet blijven duren!
Jij hebt niet het recht je gelukkig te voelen!
Je ben niet waard om graag gezien te worden.
Enz…
En alle mogelijke variaties op het angstthema…

En als kind was ik al bang van de ‘rulders’,
eigenaardige creaturen die me zouden meenemen
als ik niet braaf was.
En er was ‘holder de bolder’,
die hokte ergens op zolder
en die werd heel heel boos
als kindjes op hun eentje
hem in zijn slaap kwamen storen.

En ik moet toegeven zo nu en dan
kroop ik stiekem de trap op om te luisteren
of ik ‘holder de bolder’ niet hoorde snurken.

(pepe kon een stukje vertellen, in die tijd…)

Met de beste wil van de wereld kan je het hier geen ‘paradijs’ op aarde noemen. Angst is verantwoordelijk voor een groot deel van alle ellende.
Wil je deze wereld verbeteren? Simpel: ban alle angst en wees gelukkig!

INNERLIJK
Magiërs van de Lach, laat je niet vangen door angst. Als angstbeelden in je hoofd willen dringen, negeer deze en vervang ze door de voorstelling van jouw ideale wereld. Het uiterlijk materiële is het gevolg van de innerlijke werkelijkheid. Deze wereld kan een prachtig levensoord worden als zijn bewoners alle angst zouden weten te overwinnen. Laat in je binnenste een bourdontoon van vreugde klinken – ondanks je dagelijkse beslommeringen. Trek geluk aan door jezelf gelukkig te stemmen en maak hierdoor van deze planeet een plaats waar het aangenaam toeven is. Voor iedereen.

UITERLIJK
Wordt uitdrukking en belichaming van een angstvrij en vreugdevol innerlijk.

 

VREES NIET!

(Jehoschuah Meester van Nazareth)

Stem af op Radio VREUGDEVUUR
Van de zwartste haat tot de subliemste liefde: op welke gevoel je ‘afstemt’ is jouw keuze én verantwoordelijkheid. Als zender én ontvanger ben je verbonden met de groep mensen die op dezelfde innerlijke golflengte zitten. Aan de onderlinge wisselwerking kun je niet ontsnappen: alle gelijkgestemden beïnvloeden elkaar. Als je erin slaagt om een mindere stemming om te zetten in een blij gemoed, dan ontsnap je aan de invloed van de groep terneergedrukten en zit je meteen op een vrolijker frekwentie. Voor de Magiër van de Lach is innerlijke vreugde vanzelfsprekend en het beste wapen tegen alle angstaanvallen .

Praktische opmerking
De opdringerige stem van de angst in je hoofd is niet je eigenlijke Zelf. Het is je vijand, die alles wil saboteren wat jou gelukkig maakt. Hij wandelt je gedachtengangen binnen, hecht zich aan je denken en probeert ondermeer al het enigszins zorgwekkende op te blazen tot een pure nachtmerrie. Een praktisch middel tegen angstaanvallen is het Bachbloesemmiddel ‘Rescue’. Deze druppels hebben de eigenschap om de dingen weer tot normale porties te herleiden.

De leibanden van de collectieve angst(en)
Gewetenloze angstzaaiers kunnen telkens opnieuw een overvloedige – politieke en/of economische – oogst binnenhalen. Angst zaaien rendeert. (verzekeringsagenten hebben er een handje van weg)

Voorbeelden zat:

ANGST OM NIET TE VOLDOEN AAN DE NORMEN
Je laat jarenlang magerzieke modellen op de catwalk los, zodat opgeschoten kinderlichamen de onbereikbare norm worden voor ‘het’ ideale vrouwenlichaam. Massa’s vrouwen ongelukkig omdat ze dit verknipt schoonheidsideaal niet kunnen bereiken en een gigantische omzet voor bedrijven die met hun producten de begeerde magerte beloven. Het is goed om gezondheid na te streven, maar de maniakale angst om iets (teveel) in de mond te steken is van een deerniswekkende absurditeit. Schoonheidsnormen zijn relatief. Ze veranderen met de tijd en kunnen verschillen van streek tot streek. Een Magiër van de Lach laat zijn geluk niet afhangen van de wisselende, door de commercie voorgeschreven, modenormen.

ANGST OM NIET VOLDOENDE TE PRESTEREN

ANGST VOOR ‘VREEMDELINGEN’
Fel misbruikte angst door machthebbers of door zij die macht begeren. Tragisch is dat deze machtsgeilen anderen willen beheersen zonder eerst zichzelf te beheersen. Ze wakkeren de sluimerende angst voor vreemdelingen nog wat aan en hopen met een radikaal anti-vreemdelingprogramma de nodige stemmen binnen te halen.

ANGST VOOR TERRORISTEN
Geen onterechte angst, maar wordt door de machtshebbers graag misbruikt om de vrijheid van de burgers drastisch in te perken. Om andersdenkenden, andere bevolkingsgroepen, enz… te viseren en te terroriseren door hen te beschuldigen van… ‘terrorisme’

ANGST VOOR ANDERSGEAARDEN, ANGST VOOR HET AFWIJKENDE… onterechte angst waar sommige lafaards zich – meestal met velen tegen één – op onmenslijke wijze geroepen voelen om deze ‘anderen’ een wreedaardig ‘lesje’ te leren.

ANGST DAT ANDEREN HET BETER HEBBEN (afgunst, zie het stukje over jaloezie)

ANGST OM TE STERVEN
Een Magiër van de Lach vult zijn dagen met vreugde en beseft heel goed dat elke dag zijn laatste kan zijn. Het is hem/haar bekend dat de ‘dood’ de poort is naar het leven , de verlossing van het geestelijke uit het zinnelijke. De bevrijding van de ziel uit de gevangenis van de materie.

 

Het ‘sterven’uit de aardse ervaringswijze naar de geestelijk-zintuigelijke waarneming
volstrekt zich ook zonder dat u het wilt, en wat u aan de andere kant wacht,
zal er ook zijn wanneer u aan geen hiernamaals gelooft.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / Het Boek van Gene Zijde)

 

19


De magie van het geloof

Uw geloof is het model
waarnaar het vloeibare erts
van uw lot zich vormt.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / Het boek van de LEVENDE GOD)

Het geloof (waarmee je bergen verzet)
is niet een geloven in de aard van: ik geloof dat 1+1=2, maar het is de zekerheid dat wat men zich innerlijk voorstelt zich ook in de materiële wereld zal ‘verwerkelijken’. Tenminste als dit voorgestelde niet in strijd is met de universele geestelijke wetten (men kan moeilijk verwachten dat de kosmische orde zich zou wijzigen terwille van de wens van één mens) –
Verwerkelijken? Misschien heeft Plato wel gelijk als hij deze zaken omdraait en de materiële werkelijkheid slechts als afspiegeling, als schaduw ziet van een geestelijke realiteit.
Als de, van uiterlijke gebeurtenissen onafhankelijke, innerlijke vreugde de basis is voor het beoefenen van de Magie van de Lach, dan is het geloof-dat-bergen-verzet het voornaamste werkinstrument.

Abracadabra
Wat ik uit(spreek) worde! Straffe toverspreuk. Doet denken aan ‘In den beginne was het Woord…’ Ondertussen heeft ‘abracadabra’ – als je het opzoekt – wat van zijn pluimen verloren: brabbeltaaltje, toverspreuk e.d.
Je hoeft het zelfs niet uit te spreken: wat je innerlijk bezig houdt, heeft sterk de neiging om zich te veruiterlijken. Veel magie komt er niet aan te pas. Als je overheerst wordt door allerlei angsten en je denkt niets anders dan: rampspoed, kommer, kwel en ziekte, dan moet je niet verwondert zijn dat die vier enge broertjes vroeg of laat, zonder kloppen, bij je binnenkomen .

Geloof wat je wil
Je kan je leven ondergaan en daar is weinig magisch aan. Ban alle angstbeelden en stel je met stellige zekerheid voor wat je voor jezelf wil. Geluk, liefde, rijkdom, gezondheid, wat je graag wil doen, wil verwezenlijken… stel het je levendig voor, alsof het er al is.
En vanzelfsprekend richt je ook al je uiterlijk doen en handelen in de richting van wat je wil bekomen, doen of bereiken – kwestie van geloof-waardigheid.
Je kan als ‘moderne’ mens spotten met iemand die – bijvoorbeeld – een bedevaart doet naar Lourdes om er genezing te vinden. Het zou goed zijn, als leerling tovenaar, even je aangeleerde ‘werkelijkheid’ te verlaten, om in heel wat gevallen van ‘bijgeloof’ de kracht van het geloof, in min of meer verhulde vorm, aan het werk te zien.

Je wil bewijzen?
Er zijn mij geen mensen bekend die een aansluiting op het elektriciteitsnet weigeren omdat ze niet in deze natuurkracht geloven. En moest er toch zo iemand opduiken dan laat je hem of haar maar eens voelen aan een stroomdraad. Een straffe kerel, die met rechtstaand haar zou beweren: ‘maar daar geloof ik niet in, het was toeval…’
Wil je weten of je met de kracht van wat je gelooft (= je met onwrikbare zekerheid voorstellen dat…) je lot gunstig kunt beïnvloeden? Wel steek dan je individuele stekker in het stopcontact van het universele leven en ervaar wat er gebeurt als je er in slaagt standvastig alle angst te vervangen door een vast geloof in liefde, vreugde en geluk. Dat het universele leven niets te maken heeft met een ‘werkelijkheid’ die slechts uit gedachten bestaat, zal duidelijk zijn.

Omdat hij geen enkel persoonlijk doel nastreeft,
wordt zijn onderneming met volmaaktheid gekroond.

(Lao-Tseu 605-531 vc)

Jij & het Geheel
Je bent bewust van de magie van het geloof en je stelt je innerlijk voor wat je uiterlijk wil verwerkelijkt zien. Je kan dit gedetailleerd doen of gewoon de grove lijnen schetsen en de uitwerking vol vertrouwen overlaten aan het ‘Geheel’. Het valt te overwegen: misschien weet het Geheel beter wat je als ‘deel’ nodig hebt om een gelukkig mens te worden en te blijven.

Humor?
Is het humor of een soort wetmatigheid van ‘het Geheel’? Je kan maar beter tot op het laatste ogenblik onwrikbaar blijven geloven in de goede afloop van jouw zaak. Meestal is het pas op het laatste ogenblik – als je redelijkerwijs al de hoop hebt opgegeven – dat er, nogal eens uit onverwachte hoek, hulp opdaagt of dat omstandigheden drastisch tengoede veranderen…

Met het geluk aan je zijde
heb je geen hersenen nodig.

(Giordano Bruno 1548-1600)

Het is simpel
Het is een goede gewoonte om niet al te veel na te denken en als een tevreden mens door het leven te gaan. Vreugdevol gestemd, in volle vertrouwen en dankbaar voor al het goede dat je overkomt. Oy mo leu tet! Meer moet dat niet zijn.

 

20


Voel!

Zo heeft men u eraan gewend vóór alles te willen ‘begrijpen’,
maar u hebt daarbij de hoogste gave van het hart:
uw enige ‘occulte’ geestelijke ‘zin’,
het kunnen voelen der dingen, verloren.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / Het boek van de LEVENDE GOD)

Het kan gebeuren terwijl…

  • Je wandelt met je geliefde vrouw en twee puberalen die niet de minste zin hebben om pa en ma te volgen in het shoppinggebeuren – en zelf had je liever wat dringende klusjes afgewerkt – en je probeert je vrolijke stemming te handhaven tussen de massa geobsedeerde koopjesjagers.
  • Je geniet van wat glaasjes rood en van goede vrienden die de edele kunst van ‘het gesprek’ (kunnen luisteren, elkaar laten uitspreken…) machtig zijn. En proeft van de kookkunst van een meester in het koud en warm roken. Je een ogenblik wat frisse lucht schept in de tuin en vaststelt dat de vanzelfsprekendheid van je stappen zoek is.
  • Je in de gesmaakte eenzaamheid van een vroege morgen aan het strand wandelt. Er is het geknars van je stappen en het geluid van de golven die keer op keer hun brekers slaan. De horizon boven de zee kleurt rood – en daar is het wonder van de opkomende zon. Dit was niet altijd vanzelfsprekend. Je denkt aan de Inca priester die het kloppende hart uit het zonneoffer rukt om te voorkomen dat de zon zich losmaakt van de intihuatana-zonnesteen. Primitieve godsdienstwaanzin denk je. Tot de vraag zich stelt: welke kwaadaardige gedachtenconstructie kan jonge mensen zover brengen te geloven dat de vernietiging van zichzelf en zoveel mogelijk ‘ongelovigen’ je eeuwige hemelzaligheid zou opleveren.
  • Je in de rode gloed van het haardvuur meende een glimp van een vuursalamander te zien. Of was het een halfverteerde houtblok die zich niet meer staande kon houden?
  • Je van je handen een komvorm maakt, water opvangt en drinkt van een onverwacht koude waterbron.
  • Je luistert naar de taal van de wind.
  • Je een kuiltje maakt in de aarde, er water ingiet en een stek geurige basilicum plant.
  • Als je de stem hoort van Irene Papas die POTAME zingt of terwijl je luistert naar EL CANTO DE LA SIBILLA gezongen door Montserrat Figueras of Ariana Savall die zich begeleidt met een klankschaal en ANIMA NOSTRA zingt. Of je hoort Neil Young, op zoek naar een hart van goud.
  • In de late uurtjes de gensters even oplichten als in een lange bocht de valbaren van je BMW R69S de beton graveren.
  • Op het kruispunt Zuidwege in Zedelgem je AJS 500 ééncilinder monotoon bromt en 160 zijspannen traag voorbijrijden. De Jumborun van Dominiek Savio in Gits. In elke sidecar een kind (groot of klein en met mogelijkheden) met een gelukuitstralend gezicht.
  • Je door het felle zonlicht even knippert met je ogen, als je het kerkgebouw verlaat na de begrafenisdienst voor een beste vriend.
  • Als je in Griekenland door de Leeuwenpoort van Mycene gaat.
  • Je de kerk van Zinacantan in Chiapas-Mexico binnenstapt en verwondert de vermenging van christelijk- en Mayageloof bekijkt en aanvoelt.
  • Je in San Juan Chamula door de Tzotzil-Maya’s gedoogd wordt om hun kleurrijke ceremonie op nieuwjaardag mee te maken.

dat een innerlijke stilte de drukdoener in je hoofd een korte tijd de mond snoert. Een vreemde stemming je overvalt, alsof het ons vertrouwde zintuiglijke wereldje niet helemaal echt is…

Deze opsomming is niet eindig. Je eigen ervaring is welkom. (peramorest@gmail.com)

Misschien had je wel een gelijkaardige ervaring, die je koestert als een dierbare herinnering ? Of je miste het subtiele gebeuren want je had net geen tijd. Of je weet vaag nog iets van de vele vragen die je in je kindertijd stelde en de altijd rede-lijke antwoorden die je van de ‘grote mensen’ kreeg. Of je denkt: wat een rare gewaarwording, misschien at ik teveel chocolade mousse?

Wees voorbijgangers!

(Jehoschuah Meester van Nazareth / 1-33 n.C)

Het is goed in de stilte van je hart op subtiele gevoelstekens te letten. Het is aanvankelijk soms niet meer dan een vaag gevoel van vervreemding, maar je gevoelsondervindingsvermogen komt tot leven.

 

21


God, denken en werkelijkheid

De tirannie van het denken
Ik weet niet of de dieren nog spraken, maar het moet onwezenlijk lang geleden zijn dat het aan de hersenen verbonden denkvermogen met stijgende arrogantie het alleenrecht tot kennen en verklaren opeiste. Dit ten koste van het subtielere gevoelsondervindingsvermogen.
De – indien voldoende ontwikkeld – meer trefzekere intuïtie werd bespot, gehoond, belachelijk gemaakt en in een duistere vergeetput gegooid. De rede-lijken haalden hun dofklinkende denkklok tevoorschijn en luidden eind zeventiende eeuw de ‘Verlichting’ in. De zelfbedachte almachtige stamgod werd dood verklaard. Geen slechte zaak en zelfs een ware kunst: het dood verklaren van een eigen bedenksel.

Denken en werkelijkheid
Je kan denken wat je wil over wat werkelijk is. Maar wat werkelijk is, wordt niet beïnvloed door jouw denken. Er zijn allerlei ‘denkwerelden’ die enkel bestaan in de hoofden van de mensen. De illusie van collectieve denkwerelden kan bijzonder sterk en zelfs gevaarlijk zijn.

Er was eens…
een tijd dat scheepvaarders bijzonder alert waren als ze met hun sierlijke schepen door onbekende wateren zeilden. Het gevaar om over de rand van de aarde te varen de oneindige dieperik in, was denkbeeldig, maar werd als echt ervaren. In die tijd.

Er was eens…
in nog vroegere tijd, een groepje mensen had na het gesmaakte avondeten de goede gewoonte om gezellig wat na te praten. De jongste van de bende was er die dag, tijdens de maandelijkse mammoetenjacht, met zijn hoofd niet bij. Hij worstelde met enkele vragen die hem na de middag onverhoeds hadden overvallen: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wie heeft er de dingen gemaakt? En dergelijke meer… naar ik vermoed. Want die avond aan het kampvuur, leerde zijn bloedeigen vader hem, met de linkervoorknook van een aftandse mammoet, mores. ‘Het is nog niet het gepaste tijdperk om dergelijke vragen te stellen!’ Knots, boem, patat en ‘t was gedaan met vraagstaarten. De grote levensvragen waren niet aan de orde. In die tijd.

Er was eens…
toen de tijd er rijp voor was, een levensvraag die opnieuw aan de oppervlakte kwam: ‘Wie is hier de schepper van alles?’ Er werd wat afgedacht in die dagen. Iedere stam, die met zijn tijd meeging, bedacht zijn eigen god. Model stond nogal eens een legendarische held uit het eigen volk, waarvan de kracht, de macht en alle andere eigenschappen tot in het oneindige werden uitvergroot. Natuurlijk was de eigen god groter en sterker dan die van de buurvolken. Wat al eens moest uitgetest worden met een oorlogje, liefst met een paar wonderbaarlijke tussenkomsten van goddelijke hand. Onze god is de eerste, de enige en in alle geval de kloekste en de sterktste. In die tijd.

Er was eens…
een tijd, nog niet helemaal verleden, dat schijn, leugen, karikatuur en andere alternatieve waarheden regeerden. Deze alternatieve waarheden hadden niets met de werkelijkheid te maken. Ze werden op maat gefabriceerd door de medialakeien in opdracht van de marionetten van geld en macht. Die hadden er alle belang bij de massa te begoochelen met een ‘werkelijkheid’ die het best in hun macht- en geldkraam paste. Waarheden die, al naargelang de omstandigheden, ten alle tijde konden aangepast worden, in hun voordeel.
Je kan opmerken dat je die superrijken en ‘machtigen’ moeilijk marionetten kunt noemen. Dit hangt van het standpunt af. Wie geld als het belangrijkste doel in ‘t leven beschouwt kan de geldelite met ontzag bewonderen of benijden of er zelfs voor kruipen (bijvoorbeeld wetenschappers of politici die zich laten omkopen). Vanuit menselijke standpunt krijg je een totaal ander zicht op deze ‘elite’. Wie als een knaagdier alles naar het eigen hol wil slepen en daarbij over lijken gaat, heeft alle menselijkheid verloren. Hij is niet meer dan de povere marionet van zijn ontaarde geldzucht en bezeten door het spook van Nooit Genoeg.

TOVER-DOEN
Rijkdom komt voor een Magiër van de Lach niet op de eerste plaats. Hij maakt oorzaakloos geluk aan in zichzelf, bant alle angst (voor armoede en tekort), vermijdt jaloezie, beschouwt zichzelf al rijk, beoefent de kunst van het geven en wordt zo de zeilsteen voor zijn geluk en voorspoed. Van het Geheel verwacht hij geen ‘mirakels’. Een samenleving kan maar functioneren als iedereen zijn eigen talentsteen bijdraagt en moet onherroepelijk tenonder gaan als alle leden enkel op krijgen en profijt uit zijn. De rijken die er niet in slagen – ondanks hun enorme rijkdom (zij die vele malen meer hebben dan ze nodig hebben om comfortabel te leven, die op slinkse wijze belastingen ontduiken, die over lijken gaan…) – om gelukkig te zijn, beschouwt hij als weerzinwekkende knaagdieren die alles naar hun hol slepen. In potsierlijke excessen van valse glamourweelde proberen ze hun leegte voor zichzelf en anderen te camoufleren achter hun glimlachmasker. Je kan hun manier van leven en rijkdom bewonderen maar deze mensen zijn mentaal blijven steken op het niveau van eenjarigen die nog moeten leren delen.

Er was eens…
Is er veel veranderd in onze ‘moderne’ tijd? Heel wat mensen menen in één en dezelfde god te geloven. Maar ondanks alle moeite van religieuze machtspotentaten om hun kudde eenvormig hetzelfde te laten geloven, blijft godsdienstbeleving een individuele zaak. Misschien zijn er wel evenveel godsvoorstellingen als ‘gelovigen’.
Zelfs al belijden er nu meerdere volkeren ‘dezelfde’ godsdienst; er is nog niet veel veranderd. Overal kun je ze vinden, de machtsgeile meester-begoochelaars, die gewapend met slagwoord en slogan zonder probleem de massa achter zich krijgen. En allemaal schreeuwen ze blasfemisch: ‘God is met ons!’
Hoewel denken het spirituele niet kan vatten, is het bijzonder bruikbaar om misdadige nonsens ook als dusdanig te ontmaskeren. Helaas (x 3), alternatieve waarheden, leugens en slogans worden blijkbaar liever geloofd door de massa dan logica en waarheid. Liefde voor de medemens komt hier niet ter sprake. En is God geen liefde? Het zou moeten duidelijk zijn: je kan geen menselijk leed veroorzaken en tegelijkertijd beweren een God – die liefde is – te aanbidden. Je kan het uitschreeuwen dat je Christelijke waarden verdedigt, maar je bent een groteske leugenaar – als er geen liefde in je hart te vinden is.

 

Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart,
met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht.
Heb uw naaste net zo lief als uzelf.

Belangrijker geboden dan deze twee zijn er niet.’

(Jehoschuah, Marcus 12: 30-31)

 

De dierlijke angst van de massa voor al wat anders is, wordt nog altijd – en met succes – misbruikt door gewetenloze machtswellustelingen. De mateloze vermeerdering van haat en de leed die zij hierdoor in de wereld veroorzaken zal hen worst wezen. Alles en iedereen wordt ondergeschikt aan de machtshonger van de luidst roepende maar tragisch onverlichte despoot. In onze tijd.

Wie haat koestert tegen wat of wie dan ook kan zich misschien in gedachten en voor jan & alleman christen noemen, maar is het niet. Haat is niet compatibel met christen zijn (of zelfs met mens zijn). Hij of zij kan wel een hele pantomime opvoeren, zich op de knieën gooien, zich met breed gebaar op de borst kloppen en luid de vermeende fouten van anderen veroordelen. Je kan de hele wereld een rad voor de ogen draaien of zelfs heilig verklaard worden, maar als je hart zonder liefde is, zal Jehoschuah, de Meester van Nazareth je zelfs niet (h)erkennen. Want liefde is de enige rijkdom die je van deze naar gene zijde kunt meenemen. Liefde is (in eeuwigheid de enige ‘werkelijkheid’)!
Het moet een onvoorstelbaar verschrikkelijk moment zijn als dergelijke haatdragende (die zichzelf nogal eens als een rechtmatig vertoornde heilige ziet) beseft dat hij in plaats van in de verwachte hemel, regelrecht in de hel terechtkomt.

Opmerking: de atheïsten die bij het lezen van voorgaande zinnen intellectueel steigeren en de neiging hebben om dit boek stante pede door het venster te gooien: even geduld, atheïsme komt zo aan bod. Maar eerst naar de ‘hel’.

De hel
Wat de hel betreft, kan ik ongeveer (ben er nog niet geweest) beschrijven wat een leedveroorzaker kan verwachten. En nee, het bestaan van de hel is niet verzonnen om de mensen bang te maken en in het gareel te houden.
De hel is zich in een volkomen passieve toestand bevinden met een kristalhelder gevoelsbewustzijn. De hel is het exact afgemeten gevolg van de eigen daden die bij andere mensen lijden veroorzaakte. Het is simpel en voor iedereen gelijk: het is alle leed doorvoelen dat men zelf veroorzaakte.

 

Werk zolang het dag is,
de nacht komt dat niemand werken kan.

(Jehoschuah Meester van Nazareth 0-33)

 

Zolang de mens nog op aarde leeft, kan hij actief zijn ‘karma’ verbeteren. Of zelfs door liefdevol doen het negatieve karma omkeren. Aan gene zijde ondergaat men de gevolgen van zijn doen en laten. Vooraleer alle veroorzaakte leed is verwerkt, kan er – naar aardse normen – wel een ‘eeuwigheid’ voorbijgaan. Hoewel de gedoemde in zijn ellende niets anders wil dan zelfvernietiging is deze ‘verlossing’ niet mogelijk. Maar niemand gaat ooit verloren: na enkele era louterend oponthoud kan betrokkene beginnen met de terugkeer naar zijn lichtende oorsprong, Liefde.

Opmerking: de kans dat je als Mensengeest in eeuwigheid je ik-bewustzijn verliest is gering. Zich inlaten met spiritisme en aanverwanten kan oplossing van het individuele bewustzijn tot gevolg hebben.

De hemel
Ja, ‘Ik’ was er al, maar ik nog niet. In het ik is Ik zichzelf vergeten. De symboliek van de cirkel (= geest) in het vierkant (= materie).
Helemaal vergeten? Bij iedere mens komt onverwacht (tenminste als het subtiele voelzintuig niet in een al te dikke laag denkbeton is gegoten) de eeuwigheid aankloppen in de stilte van het ogenblik: een vage herinnering aan ‘het verloren paradijs’.

Werkelijkheid, denken, god en atheïsme
Er waren & er zijn ook mensen die, vrij zinnig, dachten & denken dat een almachtige God die de vreselijke toestanden en onrechtvaardigheden in deze wereld liet & laat gebeuren eerder een god van grenzeloze wreedheid was & is dan een god van pure liefde. Ofwel was & is God gewoon een bedenksel van de mens, in een poging om de ‘dingen des levens’ te verklaren..
Het zal je – als God – maar overkomen: je wordt schabouwelijk geportretteerd door een karikaturist. Men is vergeten wie je eigenlijk was & bent en je karikatuur wordt als werkelijkheid ervaren in de gedachtenwereld van de mensen. Dit beeld wordt geregeld nog bijgewerkt door onheil zaaiende potentaten. Van de God van Liefde en vreugde maakten ze een kwaadaardig gedrocht. In naam van de God van absolute vrijheid, vreugde en liefde, verzonnen ze de absurdste regeltjes.
Als men over enkele werkende hersencellen beschikt, kan men bedenken dat haat en geweld tegen medeschepsels, omdat ze afwijken van de gevestigde norm, Hem/Haar niet welgevallig zijn. Je zou evengoed kunnen zeggen: Schepper, je werk trekt er niet op. Wij, de ‘echte’ gelovigen, gaan Uw vergissingen even rechtzetten: andersdenkenden, andersgeaarden, andersgekleurden, andersgekleden, andersgelovigen, ongelovigen en atheïsten. Weg ermee.

En zo bevindt een atheïst met een hart vol liefde, zich een stuk dichter bij God dan een harteloze ‘gelovige’ die het collectieve hersenspinsel aanbidt. De ‘gelovige’ kan in zijn hersenen een goedkope operette regisseren: hij splitst zich in aanbidder en aanbedene en gelooft hierbij een vertrouwelijk gesprek met God te voeren. Dit gesprek met zichzelf, noemt hij dan ‘bidden’.
De atheïst heeft terecht dit karikaturale hersenspinsel – God genaamd – met verontwaardiging verworpen en meteen geconcludeerd dat er geen opperwezen kan bestaan. Mens en materie zijn per toeval ontstaan. Alles begon met één grote knal.
Nu is het 100 % stoffelijke wereldbeeld al wat achterhaald. ‘Waarschijnlijkheid’ en ‘de onmogelijkheid om de werkelijkheid te kennen’ zorgen voor wat nuancering. Misschien zijn er al een aantal intellectuelen die innerlijk de mogelijkheid van het bestaan van een Schepper niet uitsluiten, maar het is op het ogenblik niet echt ‘wetenschappelijk’ om dat al te uiten.

Zonder origineel geen karikatuur
En het was al onmiddellijk prijs: karikatuur van het eerste uur. Want geest is geest en stof is stof. Geest is nu eenmaal niet te vatten in het stoffelijke denken. God is enkel als innerlijke belevenis te ervaren. In de loop der tijden zijn er een klein aantal mensen geweest die niet alleen in de materie, maar ook in de geest bewust waren. Van deze mensen waren er maar enkelen die probeerden hun innerlijke godservaring mee te delen. Niet gemakkelijk om begrijpelijk te maken wat niet in woorden is te vatten. De oorspronkelijke ‘boodschap’ werd – door de gelovigen – in het beste geval voor waar aangevoeld, maar niet noodzakelijk verstandelijk begrepen. En het is des mensen’s om het onbegrijpelijke te proberen verstaanbaar te maken. De oorspronkelijke ‘blijde boodschap’ werd hier en daar wat ‘aangepast’ of zelfs verandert – kwestie van het begrijpelijk te maken.
En een paar eeuwen later zijn de woorden en teksten van de weinigen die ooit in de geest bewust waren karikatuur geworden of zelfs in het tegendeel veranderd.

Van karikatuur naar origineel.
Proberen uit de telkens herbewerkte overlevering de oorspronkelijke geestelijke boodschap te distilleren is zo goed als onbegonnen werk. Het geestelijke laat zich moeilijk door de stoffelijke hersenkronkels in woorden vatten. Misschien het gepaste ogenblik om enkele misverstanden – bij wijze van voorbeeld – uit de weg te ruimen.

DE MAAGDELIJKE GEBOORTE
Karikaturaal: Jezus Christus is bij Maria verwekt zonder toedoen van een man.
Oorspronkelijk: de – bovenstaande letterlijk opgevatte – beeldspraak wil een absoluut onderscheid maken tussen het normaal verwekte tijdelijke fysieke lichaam van Jezus Christus dat 33 jaar ‘van deze wereld’ was en zijn eigenlijke eeuwige Zelf. Het beeld van de maagdelijke geboorte werd gebruikt om met absolute zekerheid aan te duiden dat hier niet zijn fysieke verschijning, maar zijn geestelijke Zelf werd en wordt bedoeld.

JEZUS CHRISTUS = GOD
Karikaturaal: het tot God verklaren van de mens Jezus Christus.

 

Wèl u, wanneer ge u niet aan mijn woorden ‘ergert’,
Omdat de man over wie ik spreek ook voor u wellicht een ‘god’ is geworden,
Zoals Hij dit werd voor tallozen in hun eigen, of door anderen ingegeven voorstellingen –
Al zou in Zijn aardse dagen Hem geen woord scherp genoeg zijn geweest
Om deze vergoding van de hand te wijzen!

(Bô Yin Râ 1876-1943 / Het Boek van de Liefde)

 

VERSTERVING EN ONTHOUDING
als regel toeschrijven aan de man, die als eerste ‘wonder’ een paar vaten water in wijn veranderde, als de meeste gasten van het bruiloftsfeest al boven hun theewater waren, is de zaken omkeren. Zijn blijde boodschap van levenslust en vreugde werd veranderd in het tegenovergestelde: een steriele leer met een belachelijke angst voor zonde, bekrompen regeltjes, versterving, lijden…

HET VERPLICHTE CELIBAAT
Een kwalijke vergissing en bewijs dat men niet thuis is in de geestelijke werkelijkheid, die men pretendeert te vertegenwoordigen. Anders importeer je geen praktijken uit voorchristelijke tovertradities, waarbij men probeerde magische krachten te bekomen door sexuele onthouding. De kwalijke gevolgen van deze onnatuurlijke onthouding komen nu volop aan het licht. En wie door sexuele onthouding magische krachten nastreeft, speelt een gevaarlijk spelletje met zijn eeuwig leven en is zeker niet op het pad dat leidt naar de God van Liefde & Vreugde.

Opmerking
Als kind kreeg ik een katholieke opvoeding. De Bijbel is me daarom meer bekend dan de Koran. Beide heilige boeken bevatten woorden die voor de zoeker naar dezelfde waarheid kunnen leiden. De absurde vijandigheid tussen godsdiensten is totaal onbegrijpelijk. Je haat toch ook geen mensen omdat ze een ander merk van GPS gebruiken om hetzelfde doel te bereiken? De gelovige van goede wil – van elke waarheidbevattende godsdienst – kan rustig zijn geloof verder belijden en hierbij proberen de resten Waarheid tussen de karikaturale bijvoegsels te vinden.
Nog een laatste voorbeeld ‘van karikatuur naar origineel’:

VAN DE KLEINE EN DE GROTE JIHAD
Knallend actueel en schrijnend karikaturaal: de zelfmoordaanslagen van tragisch misleide jonge mensen. De grote jihad is de innerlijk strijd die iedereen – die wil vorderen op het geestelijk pad – moet voeren om een beter mens te worden.
Doel is om het dierlijke ego ondergeschikt te maken aan het geestelijke zelf. Liefde en vreugde zijn kenmerken van de geest. De grote jihad is een spirituele houding die het mogelijk maakt te vorderen op zijn geestelijke pad. De grote jihad is van geestelijke oorsprong en de enige echte.
De kleine jihad – de strijd tegen de ongelovigen – is van ‘aardse’ oorsprong en een karikaturale farce. Het is een duivelse valstrik om zoveel mogelijk mensen in het onheil te storten. Een groteske leugen om de goedgelovigen wijs te maken dat ze de taak hebben andersdenkenden te bekeren of zelfs te bestrijden.
Godsdienst is de allerindividueelste innerlijke zaak. Wie een ander mens wil verplichten zich te ‘bekeren’ tot zijn geloof is tweemaal niet goed bezig. Eén: terwijl hij druk bezig is met het aan anderen opleggen van zijn – als enige echte ervaren – geloof, vergeet hij zijn eigen geestelijke weg te gaan . Twee: op de weg naar God is individuele vrijheid een absolute voorwaarde. Je kan niemand dwingen tot een bepaald geloof. Je kan wel – onder druk – verklaren bepaalde geloofsformules voor waarheid aan te nemen en je kan bepaalde gebedsformules zelfs ononderbroken blijven herhalen, het brengt je geen millimeter dichter bij God. Het al te drukke en te rijke hersendenken geraakt niet door het ‘oog-van-de-naald-poortje’. De altijd spinnende gedachten verhinderen de meeste mensen om in stilte het geestelijke bewust te kunnen beleven, om in liefde God te bereiken.
Een ‘jihadist’ die meent Allah een dienst te bewijzen door zichzelf en anderen om te brengen, is niet meer dan een marionnet van de haat en oneindig ver van liefde, geest en God verwijderd. Het is onmogelijk te begrijpen en onnoemelijk karikaturaal : ‘God is de grootste!’ roepen, een deel van Zijn schepping, inclusief jezelf, ombrengen en hiervoor nog een beloning verwachten… Je kan evengoed roepen dat je ouders de sympathiekste zijn, je broers en zusters – en eventueel jezelf – vermoorden en voor deze mensonwaardige haatdaad een schouderklopje van papa en mama verwachten.

De jihad van liefde
De jihad van liefde of de grote jihad is hetzelfde. Het is de strijd in jezelf om een beter mens te worden en te blijven. Het is de kunst om liefde op te wekken en haat buiten te houden. Je kan het vergelijken met het beeld van de alchemist die in zijn innerlijk labo probeert om alle loden leed tot vreugdegoud te smelten. De liefde van de geest belichamen als voorwaarde om in de geest te komen.

Het innerlijk meer ‘werkelijk’ dan de bekende uiterlijke wereld
En dat heeft gevolgen: denken, voelen en onze hele innerlijke houding is geestelijk even werkelijk als doen en daad en kan zelfs een grotere impact hebben op het stoffelijke vlak. Dit is trouwens de kern van dit ‘toverboek’. Niet minder belangrijk is dat ons innerlijk doen en laten ons karma – positief of negatief – meebepaalt. Uiterst vervelend voor sommige ‘brave’ burgers die uiterlijk geen vlieg kwaad doen, maar innerlijk vervuld zijn van haat-door-angst. De wens om – bijvoorbeeld – iemand te vermoorden, wordt in de geest als daadwerkelijke moord aangerekend. Wanneer op onze planeet alle innerlijk gekoesterde angst & haat in liefde zou oplossen, dan moeten de haatmisdaden uiteindelijk ophouden.

God

Zichzelf vormend uit zichzelf,
openbaart de hoogste Zijns-vorm
van de geest zich – als ‘God’!

(Bô Yin Râ 1876-1943 / HET BOEK VAN DE LEVENDE GOD)

God is in de vreugde!
Vreugde is helder licht!
Lust en wellust zijn smeulend vuur.
De wil tot vreugde is de wil tot God!

(Bô Yin Râ / HET BOEK VAN DE KONINKLIJKE KUNST)

Getuigenissen
Gelukkig zijn er in de loop der tijden een klein aantal straffe gasten geweest, die zowel in de geest als in de materie bewust waren. Een aantal van deze meesters getuigden over de door hen ervaren geestelijke werkelijkheid.

‘Ik’-bewustzijn
is het bewustzijn
het middelpunt van alle zijn
in zichzelf te dragen.

(Bô Yin Râ 1876-1943 / HET BOEK DER GESPREKKEN)

Als
deze mij niet ik is,
wie ben ik dan?
Als
ik niet degene ben die spreekt,
wie dan wel?
Als
deze mij enkel kleding is,
wie is degene die ik bedek?

(Rumi 1207-1273)

Het menselijke lichaam
omvat zuivere geest
alsof die zich in een
ommuurde tuin bevindt,
die hem beschermt en afzondert
zodat hij rustig kan leven.

(Hermes Trismegistos – Egypte / 3000 v.C / De Hermetica)

In de stilte
vindt men het anker van het heelal
in zichzelf.

(Lao-Tseu 605-531 vc)

Hij die alles weet,
maar vervreemd is van zichZelf,
Is vervreemd van het Al

(Jehoschuah Meester van Nazareth 0-33 / Tomas Evangelie)

Er valt niets te bewijzen
Bovenstaande citaten zouden een homeopathische zweem van wetenschappelijkheid kunnen opwekken. Dat is niet de bedoeling! Hersenen zijn materie en met denken kan men de stoffelijke ‘werkelijkheid leren kennen en ordenen. Voor zintuigen en hersenen is het gewoon onmogelijk een werkelijkheid te (h)erkennen die niet-materieel is. Wat in dit ‘toverboek’ beschreven wordt, heeft geen bedachte bewijzen nodig. Het is wat het is en iedereen bezit een innerlijke, aan het hart gerelateerde manier van zeker weten:

Het gevoelsondervindingsvermogen
Wanneer je intuïtie niet bedolven is onder een massa denkafval, kan het gebeuren dat je bij het lezen van dit boek een blij instemmend gevoel ervaart. En met intuïtie is het zoals met de meeste dingen: hoe meer je het gebruikt, hoe (tref)zekerder het wordt. Na een tijd kan het gebeuren dat het hartzintuig je meer zekerheid geeft dan alle denken samen. Amen.

ALLE GELUK!

Anekdotes
Alweer een paar jaar geleden volgde ik Franse les in Ieper. De bekwame docente had er een handje van weg om boeiende gesprekken tussen de leerlingen op gang te brengen. Op een avond kwamen ze aan de orde: de gekende levensvragen. Bestaat God? Is er leven na de dood? Deze vragen hadden duidelijk prangender tijden gekend. Een sympathiek ouder koppel bekende aarzelend dat ze toch wel ergens gelovig waren. Anderen wisten te zeggen dat ze het niet wisten en dat ze er niet van wakker lagen. De intellectueel van de groep reageerde zoals verwacht: hij geloofde noch in God, noch in leven na de dood. Het idee alleen al vond hij hoogst belachelijk.
Hoe kan het anders. Je kan redeneren tot morgenochtend, je (hersen)denken geeft je geen uitsluitsel en met de fysieke zintuigen valt er geen God of hiernamaals waar te nemen. Om nog te zwijgen over de huidige toestand van de wereld; die draagt er ook niet toe bij om in een almachtige God te geloven (die maar laat betijen).

Om de neerdalende apathie te doorbreken gooide ik mijn hoenderhokknuppel richting intellectueel: ‘ik ben zeker!’ . Hij reageerde volkomen voorspelbaar: hij haalde met welgemeende minachting zijn schouders op voor zoveel domheid en hulde zich in een superieur zwijgen. Hij dacht: wat een idioot, niemand kan zeker weten!

Er zijn er die het gewoon zijn en er zijn er die denken dat ze het zijn: intellectueel. Deze laatsten hebben meestal een behoorlijke bagage kennis, maar ze kunnen er niet overkijken. Ze houden hun kennis voor de werkelijkheid en alles wordt hieraan getoetst. De echte kan je herkennen aan hun verwondering. Zij houden hun aangeleerde bagage niet voor gebetonneerde werkelijkheid en staan open voor nieuwe ideeën.

De man in de Franse les in Ieper vroeg me niet: Hoe kan jij dat nu zeker weten over ‘leven na de dood’ en ‘het bestaan van God’? Anders had ik misschien het volgende kunnen antwoorden:

Geloven en geloven is twee. Rationeel benaderd: iets voor waar aannemen. Gevoelsmatig: geloven is een innerlijk beleefd zeker weten. Twijfelen kan niet meer, ik zou niet weten hoe.
Rationeel kan je bezig blijven met de ‘stenen’ van de voor- en tegenargumenten tot een toren op te stapelen om zelfs tijdelijk tot een ‘vaste’ conclusie te komen. Maar neem een steen weg en de hele denkconstructie stort in elkaar.
Gevoelsmatig kun je door innerlijk ervaren een zekerheid verkrijgen die alle twijfel uitsluit.

TOVER-DOEN
Je kan in een gedachtenwereld je leven bedenken of je kan, als Magiër van de Lach, leven vanuit het hart.
Alle geluk!

22


(wordt vervolgd)